Technisch lezen in een doorlopende lijn

Een praktisch handboek voor de basisschool

Auteur:Marita Eskes
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2020
Pagina’s:300
ISBN-13: 9789492525918
Prijs:€ 29,95

Vloeiend lezen krijgt niet altijd de aandacht die het nodig heeft, terwijl het een van de belangrijkste pijlers voor begrijpend lezen is. Onvoldoende geautomatiseerd kunnen technisch lezen is vaak de oorzaak van slecht begrijpend lezen.

Leerlingen leren lezen doe je als leerkracht nooit alleen. Je werkt met elkaar samen aan een doorlopende lijn, iedereen in de school dient vanuit zijn professionele rol bij te dragen aan kwalitatief goed leesonderwijs en een rijke leesomgeving.

Het technisch en begrijpend lezen van de Vlaamse en Nederlandse kinderen en jongeren gaat er steeds meer op achteruit. Dit blijkt al jaren uit de resultaten van diverse internationale onderzoeken. We moeten toegeven: vrijblijvende engagementsverklaringen van de verschillende overkoepelende onderwijsorganisaties brengen daar weinig of geen verandering in. Helaas worden deze verklaringen onvoldoende vertaald naar concrete interventies en vormingsmogelijkheden. Eens te meer wordt de druk hiervoor op de schouders van de mensen op de werkvloer gelegd: het moet anders, en het woord ‘anders’ betekent hier wel degelijk ‘beter’. Het is dan ook meer dan begrijpelijk dat iemand als Kees Vernooy, die zich al sinds vorige eeuw inzet voor een betere kwaliteit van het leesonderwijs in Nederland en Vlaanderen bereid is gevonden om het voorwoord tot dit boek te schrijven. Zijn harde werk is niet voor niets geweest: de fakkel blijft branden, niet alleen in de Nederlandse, maar ook in de Vlaamse (onderwijs)velden. Het boek van Marita Eskes biedt hoop voor de nabije toekomst en is ook voor mij een positieve bevestiging van hetgeen waar ook ik me al jaren voor engageer: een doorgaande lijn voor het lezen, in al zijn aspecten. Als de ondertitel van het boek de belofte is die de auteur aan de lezer doet, dan maakt Marita Eskes deze belofte helemaal waar: het is praktisch en onmiddellijk aan de onderwijscontext verbonden, en het is een ‘hand’boek, een boek om nooit ver weg te leggen en dicht bij de hand te hebben. Een leerboek voor de leerkracht in opleiding, is het ook een professionaliseringshandboek voor het gevestigde schoolteam. Een boek dat theorie en praktijk naadloos en gelardeerd met eigen ervaringen aan elkaar koppelt. Meer dan een zinvol alternatief voor al die bijzaken die soms oeverloos op een personeelsvergadering aan bod komen en weinig zoden aan de dijk brengen. Als men het daar dan toch over een schoolfeest wil hebben, dan misschien over een manier om van lezen een echt feest te maken, een feest waarbij iedere deelnemer zich een bekwame en gemotiveerde lezer weet. Voor mij alvast één van de belangrijkste onderwijsboeken van dit jaar.

Dit boek heeft voor mij drie grote delen. In het eerste deel vestigt de auteur in drie hoofdstukken de ruggengraat van dit boek. ze heeft het over het belang van geletterdheid voor nu en straks, schetst de huidige toestand van het onderwijs en heeft het over het belang van lezen in de huidige en toekomstige maatschappij. Verder toont ze aan waarom technisch lezen een proces is dat een doorgaande lee(r)(s)lijn vraagt en wat de rol van het didactisch handelen daarbij is.

In het tweede deel schetst ze per graad – voor Vlaanderen vormt de tweede en derde kleuterklas het equivalent van de eerste graad van het Nederlandse onderwijs – wat de essentie moet zijn van het effectieve leesonderwijs. Als je hier denkt dat je als leerkracht enkel het deeltje voor jouw leerjaar moet lezen, sla je de bal volledig mis: je kunt maar effectief leesonderwijs geven als je ook zeer goed weet wat er voor en achter jou aan bod komt.

In het derde en laatste deel komen er nog twee niet te onderschatten onderwerpen aan bod: de rol van het onderwijskundige leiderschap en het belang van leesmotivatie en leesbevordering.

Dit is een kortere inhoudsbeschrijving dan je van mij gewoon bent, maar laat de boodschap duidelijk zijn: je leest het boek beter zelf om de rijkdom ervan te ontdekken.

Handwoordenboek Basisonderwijs

Auteur:Karl Baert, Sofie Bamelis, Hadewych Coppens & Annemie Desoete
Uitgeverij:Gompel&Svacina
Plaats:Oud-Turnhout|’s Hertogenbosch
Jaar:2018
Pagina’s:160
ISBN-13:9789463710756
Prijs:€ 24,90

In dit handwoordenboek verduidelijken de auteurs veelgebruikte begrippen die gerelateerd zijn aan het pedagogisch-didactisch handelen, het onderwijsmanagement, het orthopedagogische werkveld en aan de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijskundige ondersteuning.

Dit boek is een basiswerk voor (aspirant-)directies en -leerkrachten, bestuurders, begeleiders, ouders en alle anderen die begaan zijn met het onderwijs.

De afgelopen jaren is er heel wat in het zorglandschap van het Vlaamse basisonderwijs veranderd. Vanuit heel wat verschillende (politieke) zijrivieren vloeide er beleids- en orthodidactisch water naar de grote onderwijsrivier. Elke zijrivier bracht zijn eigen woordenschat mee, wat niet tegemoet kwam aan de eenduidigheid van sommige vaakgebruikte onderwijs- en zorgbegrippen. Dit zorgde voor heel wat spraakverwarring en ondoorzichtigheid, niet alleen voor ouders en beginnende leerkrachten, maar ook voor gepokt en gemazelde beroepsmensen. Dit handwoordenboek heeft de mogelijk in zich om weer tot een eenduidige en toegankelijke onderwijs- en zorgtaal te komen. Reden genoeg om hier op deze blog te vermelden. Geen recensie zoals je gewoon bent, wel een warme aanbeveling.

De vliegtuigklas

Naar sterk taalonderwijs op de basisschool

Auteur:Carolien Frijns
Uitgeverij:Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar:2019
Pagina’s:200
ISBN-13: 9789463371568
Prijs:€ 30,00

“De toenemende diversiteit stelt scholen op de proef. Hoe kunnen we anderstalige kinderen het best helpen met het leren van het Nederlands? Hoe ziet een krachtige taalleeromgeving eruit? Kan een school meer een thuis worden, een ‘woonkamerschool’ als het ware, om taal maximaal te stimuleren? En hoe pakken we dat aan?”

“In dit boek gaan we op zoek naar fenomenen en factoren die de gelijke onderwijskansen van kwetsbare taalleerders ondersteunen of net ondermijnen.”

Het is nog niet zo heel lang geleden dat anderstalige kinderen in het buitengewoon basisonderwijs type 1 (of type 8, een zeldzame keer) terechtkwamen omdat ze het Nederlands niet of onvoldoende meester waren om maximaal te profiteren van de instructie in het regulier onderwijs. Hierdoor zijn er – we moeten het durven toegeven – getalenteerde kinderen en jongeren voor onze maatschappij verloren gegaan. Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw is mijn in Nederland en Vlaanderen gaan inzien dat men hierin verandering moest brengen, dat men hieraan iets kon doen, dat men hieraan iets moest doen. Het NT2-onderwijs kreeg zijn eerste kans. In Vlaanderen was het onder andere Koen Jaspaert die hier zijn schouders onder zette met onder andere ‘zijn’ Steunpunt NT2 , ‘zijn’ taalmethodes de ‘De tuin van Babbel ‘ en ‘De toren van Babbel’, de taalvaardigheidstoetsen en nog zoveel meer. Hij besefte als geen ander hoe veel anderstalige kinderen in ons onderwijs verloren liepen in het Nederlands en hoe het Vlaamse taalonderwijs daar geen uitweg bood, nee, eerder de desoriëntering alleen maar groter maakte. Door zijn bezieling tot het eind (zijn laatste boek, dat hij samen met Carolien Frijns schreef en postuüm uitgegeven werd), heeft hij de fakkel brandende gehouden én doorgegeven. Dit boek kun je dan zeker ook lezen als een hommage aan zijn levenswerk. Maar er is natuurlijk meer: door de creatieve combinatie van wetenschappelijk werk en literaire stukken (zoals de auteur ze zelf noemt), geeft dit boek zoveel meer weer dan een visie op sterk taalonderwijs alleen. Het getuigt van een grote zorgt voor de anderstalige kinderen, hun ouders én de leerkrachten en scholen die dit sterke taalonderwijs moeten waarmaken, elke dag opnieuw. Een eerlijk, verstandig, aangenaam, uitdagend en begeesterend boek dat ook de binnenwegen van goed taalonderwijs verkent!

In het eerste hoofdstuk van dit boek gaat de auteur op zoek naar de mate waarin het onderwijs in Vlaanderen en Nederland er in slaagt om voor alle kinderen gelijke onderwijskansen te realiseren. Het besluit blijft, hoe gekend het eigenlijk al is, nog steeds confronterend: er is wel degelijk een effect van de sociaaleconomische status op het leersucces van de leerlingen in het basisonderwijs.

In het tweede hoofdstuk gaan we virtueel op bezoek bij de gezinnen van de anderstalige leerlingen. Het centrale thema is hier de ouderbetrokkenheid, opgedeeld in de ouderbetrokkenheid op school (lees: de zichtbaarheid van de ouders op de school zelf) en de ouderbetrokkenheid thuis. En wat blijkt? De (sociale) betrokkenheid van de ouders thuis heeft veel meer invloed op het leersucces van de leerlingen dan hun (on)zichtbaarheid op school.

Taal en identiteit hangen met elkaar samen. Dit is het uitgangspunt van het derde hoofdstuk. Frijns gaat onder andere op zoek naar de manier waarop de identiteit van meertalige kinderen een plaats kan krijgen in het Nederlandse en Vlaamse onderwijs en geeft hier onder andere een heel belangrijke opmerking over taalsensibilisering. Maar ook het effect van ons ééntalige taalbeleid op het zelfbeeld van meertalige kinderen komt aan bod. De oplettende lezer krijgt hier toch wel enkele belangrijke inzichten aangereikt. Inzichten die hij misschien niet altijd verwacht.

In het vierde hoofdstuk komen we dan tot de essentie van het boek: sterk taalonderwijs en hoe dit te realiseren. Ik beperk me hier tot te vermelden dat heel veel dingen die hier aangereikt worden onderbouwd worden door de bevindingen van het evidence-based onderwijsonderzoek. Het vijfde hoofdstuk sluit hier naadloos op aan door de professionalisering van (toekomstige) leerkrachten op het vlak van taalonderwijs aan te kaarten.

De slotbeschouwing kun je tenslotte zien als een oproep van de auteur om nog meer werk te maken van gelijke onderwijskansen, ook voor de anderstalige kinderen.

Taakanalytisch Leerlingvolgsysteem Goessaert

Schoolpartner in post-coronatijden

Auteur:Pieter Goessaert
Uitgeverij:Gompel & Svacina
Plaats:Oud-Turnhout|’s Hertogenbosch
Jaar:2018 (Toetsen) & 2019 (Oefenpakket)
ISBN-13 Toetsen wiskunde:9789463710480
ISBN-13 Oefenpakket wiskunde:9789463711852
ISBN-13 Toetsen spelling:9789463710473
ISBN-13 Oefenpakket spelling: 9789463711845
Prijs Toetsen wiskunde: € 175,-
Prijs Toetsen spelling: € 175,-
Prijs Oefenpakket wiskunde:€ 155,-
Prijs Oefenpakket spelling:€ 155,-

In mijn 49ste Nieuwsbrief Leren (september 2007) schreef ik het al:

In Vlaanderen zal de individuele vooruitgang van de leerlingen dan ook in kaart moeten worden gebracht door taakanalytische toetsen. Het beheersen van bepaalde (deel)taken en (deel)inhouden zal daarbij de maat zijn voor de individuele vorderingen van de leerlingen…

De invoering van het M-decreet in Vlaanderen en het Passend onderwijs in Nederland heeft me intussen overschot van gelijk gegeven. Verouderde volgsystemen die werken met eenvoudige rangordematen, die trouwens geen aanduiding geven over het kennen en kunnen van de leerling, bieden het huidige zorg-op-maat-onderwijs veel te weinig – om niet te zeggen geen – ondersteuning meer. Om de individuele onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerlingen in kaart te brengen moet men immers na het afnemen van deze toetsen toch uitgebreide foutenanalyses maken. Komt daarbij dat men de resultaten van de leerlingen al kwantificeert terwijl ze nog volop aan het leren zijn. Dit is een gevaarlijk en vaak ontmoedigend spel dat men speelt. Lees er de volgende artikels maar op na:

Alsof dit niet genoeg is, zal het in deze post-corona-lockdowntijden bij de heropening van de basisscholen zeer belangrijk zijn om voor de leerlingen zeer snel na te gaan wat ze nog beheersen, wat ze niet meer beheersen en welke leerstof ze nieuw moeten aangeboden krijgen. Een taakanalytisch volgsysteem zoals dit van Pieter Goessaert kan hier soelaas brengen. Het laat de leerkrachten heel snel toe om na te gaan wie een bepaald leerstofgedeelte in individuele instructie opnieuw moet aangeboden krijgen en waar er opnieuw klassikale instructie nodig is. Het laat ook toe om heel snel instructiegroepjes samen te stellen voor kinderen die dezelfde leerstofonderdelen niet langer voldoende beheersen. Het feit dat er aan deze toetsen ook telkens een oefenpakket is verbonden, is een echte meerwaarde.

Het principe onderliggend aan de toetsen voor wiskunde en spelling is hetzelfde. Aan de hand van een genormeerde signaaltoets gaat men na welke leerlingen uitvallen. Net zoals bij de AVI-procedure uit 2008 gebruikt men hiervoor klassikale toetsen (die evenwel ook individueel kunnen afgenomen worden). Goessaert vermeldt duidelijk dat deze toetsen enkel discrimineren naar beneden toe en dus niet toelaten de sterke en heel sterke leerlingen van elkaar te onderscheiden. Dit is hier op zich geen probleem, omdat ze moeten aangeven van welke leerlingen de taakanalytische toetsen moeten afgenomen worden om zo snel een zicht te krijgen op de leerstofonderdelen die al dan niet gekend zijn. De percentielen dienen dus enkel om heel snel een zicht te krijgen op de zwakke en zeer zwakke leerlingen. Ook dit kennen we van de AVI-procedure uit 2008. De leerkracht bepaalt echter zelf welke leerlingen doorgetest worden. Bij de toetsen hoort ook een computerprogramma (in de prijs inbegrepen) dat toelaat om de resultaten van de leerlingen snel te verwerken.

De toetsen wiskunde en spelling werden aangevuld met een oefenpakket. Dit kan gebruikt worden om de tekorten na de juiste instructie of remediëren te helpen wegwerken. Voor wiskunde behandelt dit oefenpakket de onderdelen basissommen memoriseren en Getallenkennis en bewerkingen. Het oefenpakket spelling concentreert zich op het memoriseren van woorden op 3 niveaus. Voor deze niveaus heeft Goessaert zich gebaseerd op zijn Woordentrommel, een woordfrequentielijst voor spellingonderwijs in de basisschool, eertijds uitgegeven door Van In. Ook bij deze oefenpakketten is een computerprogramma inbegrepen.

Voor zowel de taakanalytische toetsen als de oefenpakketten geeft de uitgever een substantiële korten als ze samen worden aangekocht. Het overwegen meer dan waard!

Meer dan slim

Talentgerichte begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren

Auteur:Corry Wolters
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2020
Pagina’s:232
ISBN-13: 9789492525857
Prijs:€ 24,95

“Toch blijkt dat de leerbehoeften en de emotionele behoeften van hoogbegaafde kinderen lang niet altijd worden gezien. Hoogbegaafdheid blijkt complex te zijn.”

“Het gebrek aan ondersteuning lijkt vooral voort te komen uit de vele mythen over hoogbegaafdheid. Ten onrechte wordt vak gedacht dat hoogbegaafde kinderen vooral (of zelfs uitsluitend) extra intellectuele uitdaging nodig hebben. Vaak denken we in het onderwijs dat hoogbegaafde kinderen zich daarmee wel redden; ze hebben immers talent genoeg.”

Het is een feit dat het aantal hoogintelligente personen veel hoger ligt dan het aantal hoogbegaafde kinderen. Dit verschil in terminologie is zeer belangrijk en niet overbodig. Je kunt immers slechts spreken van hoogbegaafdheid als de hoogintelligente personen ook in staat zijn om actief aan de slag te gaan met hun talenten, hun talenten waar te maken. En daarvoor is er meer nodig dan extra cognitieve uitdagingen. Hoogbegaafde personen beleven de wereld immers op een andere (sommige zeggen intensere) manier, anticiperen vaak op situaties waar anderen niet bij stil staan, hebben vaak een andere ‘kijk’ op relaties wat er voor zorgt dat een en ander sociaal en emotioneel anders op hen inwerkt dan je zou verwachten. Ze hebben een (over)gevoeligheid voor dingen die je niet meteen zou verwachten. Daarnaast hebben ze vaak een gevoel van ‘leren zonder te leren’, waardoor ze de leervaardigheden en executieve functies die bij studeren horen, niet of nauwelijks ontwikkelen, wat hen in bepaalde situaties zuur kan opbreken. Dit boek van Corry Wolters gaat over hoe men door de talenten van hoogbegaafde kinderen en jongeren aan te grijpen met hen kan coachen en begeleiden, bij voorkeur nog voor ze vastlopen. Nu er binnen het M-decreet en Passend Onderwijs heel wat aandacht gaat naar het zorgcontinuüm, is het een zaak om de aandacht voor deze hoogbegaafde kinderen in institutionaliseren. Omdat het er in beide om draait om elk kind maximale ontwikkelingskansen te geven.

Het boek bestaat uit twee delen, rijk voorzien van concrete voorbeelden. Het eerste deel schetst wat hoogbegaafdheid met zich meebrengt en hoe de (over)gevoeligheid van hoogbegaafde kinderen en jongeren met zich meebrengt. De auteur beschrijft in het eerste hoofdstuk wat zij bedoelt met talentgericht werken. Heel belangrijk: onder talenten verstaat zij heel wat anders dan de gangbare invulling van het begrip! Ze gaat onder andere dieper in op de drie zones van leren, de theorie van Carol Dweck en (het belang van) een realistisch zelfbeeld. Verder heeft ze het over mogelijke hulpbronnen en steunvaardigheden. Ze benadrukt de theoretische uitgangspunten van haar boek en beschrijft de zeven stappen van het voorgestelde begeleidingsproces.

Het tweede hoofdstuk staat in het teken van de talentgesprekken. Vragen die hierin beantwoordt worden zijn onder de vraag naar wat talenten zijn, hoe je die samen met het kind of jongere kunt ontdekken en ontwikkelen en hoe je een talentgesprek voert. Het derde hoofdstuk sluit hier naadloos op aan door te beschrijven moe men oplossingsgericht met hen kunt werken

Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op de theorie over de sensitiviteit van hoogbegaafde kinderen en jongeren van de Poolse psychiater Dabrowski, die één van de fundamenten is van het boek. Tegelijk rekent de auteur af met enkele misverstanden en mythes over hoogbegaafdheid. In het vijfde en laatste hoofdstuk van dit eerste deel wordt het stappenplan voor begeleiding helemaal uit te doeken gedaan.

Het tweede deel vind je een hoofdstuk terug dat volledig geschreven is op het niveau van het kind en de jongere dat dezelfde thema’s behandelt uit het eerste deel. Het zevende en laatste hoofdstuk beschrijft 25 werkvormen die je kunt gebruiken om met het kind of de jongere aan de slag te gaan.

Proef op de som

Studeren met dyscalculie

Auteur:Annemie Desoete, Valérie Van Hees, Wim Tops & Marc Brysbaert
Uitgeverij:Academia Press
Plaats:Gent
Jaar:2012
Pagina’s:60
ISBN-13: 9789038220444
Prijs:€ 19,99

“Cijfers doorkruisen, net als letters, ons dagelijks ons leven. Een vlotte verwerking van getallen en hoeveelheden is heel belangrijk, zowel om de juiste trein te nemen, op tijd te komen, een bijsluiter te lezen, een treintabel te begrijpen als om te betalen aan de kassa. Anders dan bij het lezen, waar kleine fouten de betekenis van de tekst niet volledig teniet doen, leidt rekenen tot ‘goede’ of ‘foute’ resultaten’. De impact van dyscalculie op het algemeen functioneren is dan ook vrij groot.”

In een tijd waarin nagenoeg alle aandacht lijkt te gaan naar sociale en emotionele, gedrags- en ontwikkelingsproblemen, dreigt te kennis over leermoeilijkheden zoals lees-, spelling– en rekenproblemen in een snel tempo verloren te gaan. Niet in het minst omdat de verschillende onderwijskoepels en hun vormingsorganisaties daar niet langer op inzetten. Daarbij lijken ze – en hier geef ik hen het voordeel van de twijfel – te vergeten dat inzetten op handelingsgericht werken, handelingsgerichte diagnostiek, consultatieve leerlingbegeleiding en diverse diagnostische profielen tot niets leidt als die niet ondersteund worden door de nodige kennis over leermoeilijkheden en leerstoornissen. Ik weiger aan deze trend toe te geven. Vandaar dat ik dit boekje, intussen al acht jaar oud, met plezier weer onder de aandacht brengt. Omdat het wetenschappelijke inzichten koppelt aan concrete ervaringen. Het helpt alvast de handelingsverlegenheid van veel leerkrachten op te lossen. En alleen al daarvoor verdient het de nodige aandacht.

Het geheel bestaat uit een documentaire (bijgeleverd op dvd) en een educatief pakket. De bedoeling van beide is om de lezer de wereld van kinderen, jongeren en volwassenen met dyscalculie te leren kennen en te begrijpen. Want dit zijn de noodzakelijke voorwaarden om aan deze personen te gepaste ondersteuning te kunnen bieden. Om dit doel te bereiken, worden de ervaringen van de personen met dyscalculie zowel in de documentaire als in het boek gekoppeld aan wetenschappelijke inzichten, waarbij het boek die wetenschappelijke inzichten verder uitdiept.

In een twaalftal hoofdstukjes komen verschillende thema’s aan bod, gaande van de hardnekkigheid en prevalentie van deze rekenstoornis tot en met de diagnose en behandeling ervan. Ook de taak van het onderwijs daarbij wordt toegelicht. Andere thema’s die aan bod komen zijn:

  • erfelijkheid
  • hersenonderzoek in verband met rekenproblemen en dyscalculie
  • oorzaken ende verschillende theorieën erachter
  • de verschillende verschijningsvormen
  • de comorbiditeit
  • de (veranderende) kenmerken doorheen de schoolloopbaan

Een zeer uitgebreide literatuurlijst laat de geïnteresseerde daarenboven toe zich verder te verdiepen in de wereld van rekenproblemen en dyscalculie.

Aangeraden aan iedereen die zich snel en wetenschappelijk juist wil informeren.

Consultatieve leerlingbegeleiding

Professionalisering en onderwijsverbetering

Auteur:Wim Meijer
Uitgeverij:Gompel&Svacina
Plaats:Oud-Turnhout|’s Hertogenbosch
Jaar:2019
Pagina’s:242
ISBN-13:9789463711159
Prijs:€ 32,-

“Onderwijs draait om leerlingen. Zij volgen onderwijs om zich te ontwikkelen, om kennis en vaardigheden op te doen, om zich voor te bereiden op een zinvol bestaan in de samenleving. Leraren geven op de werkvloer vorm aan dat onderwijs. Ondersteund door materiële en niet-materiële voorzieningen stellen zij leerlingen in staat om de beoogde doelen te bereiken.”

“Consultatieve leerlingbegeleiding is een vorm van ondersteuning aan leraren die zich zorgen maken over leerlingen.”

Als gevolg van het Vlaamse decreet over de leerlingbegeleiding is na het handelingsgericht werken, nu ook de consultatieve leerlingbegeleiding decretaal verankerd. Het is de taak van de Centra voor leerlingenbegeleiding om de scholen consultatief te ondersteunen in hun zorg om de leerlingen. Hierdoor is het concept van Wim Meijer, dat al in de jaren negentig van de vorige eeuw indicatief was voor goede leerlingbegeleiding, opeens weer verrassend actueel. Wie het oorspronkelijk werk van Wim Meijer kent, zal bij het lezen van dit boek merken dat de auteur niet stilgezeten heeft en dat zijn concept van de consultatieve leerlingbegeleiding met de tijd is mee geëvolueerd. Hierdoor heeft het nog niets aan bruikbaarheid ingeboet. Reden genoeg om deze nieuwe uitgave op deze boekenblog de aandacht te geven die het verdient. En het aan te bevelen aan iedereen die van nabij met leerlingen en leerkrachten te maken heeft. Omdat je met de principes die in dit boek beschreven staat het verschil kunt maken. En dat is wat telt.

Het boek bevat 16 hoofdstukken, die ingedeeld zijn in vier grote entiteiten. Het eerste deel introduceert de consultatieve leerlingbegeleiding. Het is een methodiek die gaat over leerlingen en leraren die ook kan gezien worden als een samenwerkingsmodel tussen professionelen. Het situeert verder de consultatieve leerlingbegeleiding in het Vlaamse zorgcontinuüm zoals dat gebruikt wordt in de prodia-protocollen. Tenslotte schetst het de procesmatige aanpak van deze methodiek bondig maar zeer herkenbaar binnen het actuele Vlaamse onderwijsdiscours.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de betekenis van de consultatieve leerlingbegeleiding voor de leerkracht. Het maakt een onderscheid tussen het intuïtief en rationeel aanpakken van verschillen tussen leerlingen, grondt leerlingbesprekingen als startpunt van een (zorg)traject en illustreert de belangrijkste kenmerken aan de hand van een concreet voorbeeld. Het laatste hoofdstuk van dit deel beschrijft cd consultatieve leerlingbegeleiding als een vorm van professionalisering.

Deel drie gaat in op de consultatieve leerlingbegeleiding als methodiek en denkwijze. Het gaat dieper in op de theorieën en methodische overwegingen die aan de basis liggen van het concept en beschrijft de verschillende stappen van het (heuristische) stappenplan in detail.

In het vierde en laatste deel gaat de auteur dieper in op de betekenis van zijn concept voor de onderwijsverbetering, het zorgbeleid en de preventie.

Een boek dat het verdient om niet onopgemerkt te blijven.