Consultatieve leerlingbegeleiding

Professionalisering en onderwijsverbetering

Auteur:Wim Meijer
Uitgeverij:Gompel&Svacina
Plaats:Oud-Turnhout|’s Hertogenbosch
Jaar:2019
Pagina’s:242
ISBN-13:9789463711159
Prijs:€ 32,-

“Onderwijs draait om leerlingen. Zij volgen onderwijs om zich te ontwikkelen, om kennis en vaardigheden op te doen, om zich voor te bereiden op een zinvol bestaan in de samenleving. Leraren geven op de werkvloer vorm aan dat onderwijs. Ondersteund door materiële en niet-materiële voorzieningen stellen zij leerlingen in staat om de beoogde doelen te bereiken.”

“Consultatieve leerlingbegeleiding is een vorm van ondersteuning aan leraren die zich zorgen maken over leerlingen.”

Als gevolg van het Vlaamse decreet over de leerlingbegeleiding is na het handelingsgericht werken, nu ook de consultatieve leerlingbegeleiding decretaal verankerd. Het is de taak van de Centra voor leerlingenbegeleiding om de scholen consultatief te ondersteunen in hun zorg om de leerlingen. Hierdoor is het concept van Wim Meijer, dat al in de jaren negentig van de vorige eeuw indicatief was voor goede leerlingbegeleiding, opeens weer verrassend actueel. Wie het oorspronkelijk werk van Wim Meijer kent, zal bij het lezen van dit boek merken dat de auteur niet stilgezeten heeft en dat zijn concept van de consultatieve leerlingbegeleiding met de tijd is mee geëvolueerd. Hierdoor heeft het nog niets aan bruikbaarheid ingeboet. Reden genoeg om deze nieuwe uitgave op deze boekenblog de aandacht te geven die het verdient. En het aan te bevelen aan iedereen die van nabij met leerlingen en leerkrachten te maken heeft. Omdat je met de principes die in dit boek beschreven staat het verschil kunt maken. En dat is wat telt.

Het boek bevat 16 hoofdstukken, die ingedeeld zijn in vier grote entiteiten. Het eerste deel introduceert de consultatieve leerlingbegeleiding. Het is een methodiek die gaat over leerlingen en leraren die ook kan gezien worden als een samenwerkingsmodel tussen professionelen. Het situeert verder de consultatieve leerlingbegeleiding in het Vlaamse zorgcontinuüm zoals dat gebruikt wordt in de prodia-protocollen. Tenslotte schetst het de procesmatige aanpak van deze methodiek bondig maar zeer herkenbaar binnen het actuele Vlaamse onderwijsdiscours.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de betekenis van de consultatieve leerlingbegeleiding voor de leerkracht. Het maakt een onderscheid tussen het intuïtief en rationeel aanpakken van verschillen tussen leerlingen, grondt leerlingbesprekingen als startpunt van een (zorg)traject en illustreert de belangrijkste kenmerken aan de hand van een concreet voorbeeld. Het laatste hoofdstuk van dit deel beschrijft cd consultatieve leerlingbegeleiding als een vorm van professionalisering.

Deel drie gaat in op de consultatieve leerlingbegeleiding als methodiek en denkwijze. Het gaat dieper in op de theorieën en methodische overwegingen die aan de basis liggen van het concept en beschrijft de verschillende stappen van het (heuristische) stappenplan in detail.

In het vierde en laatste deel gaat de auteur dieper in op de betekenis van zijn concept voor de onderwijsverbetering, het zorgbeleid en de preventie.

Een boek dat het verdient om niet onopgemerkt te blijven.

Dialooginstrument HGW

Meer diepgang in de collegiale dialoog

Auteur:Tijn Nuyens
Uitgeverij:Bazalt
Plaats:Rotterdam
Jaar:2016
Pagina’s:
ISBN-13:9789461182197
Prijs:€ 44,-

“Veel Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs hebben gekozen voor Handelingsgericht Werken als richtinggevend concept om inhoud te geven aan de inrichting van de leerlingbegeleiding. Leraren die de onderwijsbehoeften van alle leerlingen kennen en hierop hun handelen baseren, dragen actief bij aan het realiseren van Passend Onderwijs.”

Het formuleren van de onderwijsbehoeften van de leerling is één van de belangrijkste aspecten van het handelingsgericht werken. Meer nog: in Vlaanderen is dit een verplicht onderdeel van de verslagen en gemotiveerde verslagen die in het kader van het M-decreet en het inclusief onderwijs – in Nederland gebruikt men de term Passend Onderwijs moeten geschreven worden als toegangsticket tot het ondersteuningsaanbod of het buitengewoon onderwijs. Alles staat en valt dus met het formuleren van de zorgvraag van de leerling door de leerkracht. En net dat blijkt – onder andere uit de mdo’s die ik bijwoon – nog heel moeilijk te zijn voor heel veel leerkrachten. Met andere woorden: geen geformuleerde zorgvraag, geen geformuleerde onderwijsbehoeften. Dit Dialooginstrument HGW is dan ook de ideaal reisgezel op de tocht naar het formuleren van de zorgvraag en de daarbijhorende onderwijsbehoeften. Meer nog: het koppelt die onderwijsbehoeften aan de benodigde leerkrachtvaardigheden én peilt naar de visie van de leerkracht op de haalbaarheid van de voorgestelde oplossingen. Uniek in zijn soort, zou dit instrument dan ook veel bekender in Vlaanderen moeten zijn dan het nu is. Omdat leerkrachten, schoolteams, pedagogische begeleiders, competentiebegeleiders, onderwijsbegeleiders en leerkrachtopleiders erdoor een methodiek en instrument krijgen aangereikt dat volgens mij momenteel zijn gelijke niet kent.

Het instrument heeft als doel om de leerkracht te helpen bij het formuleren van de onderwijsbehoeften van een leerling op vier verschillende domeinen:

  • gedrag
  • gezondheid
  • leren
  • werkhouding

Het gaat over een dialoogsessie tussen twee personen (leerkracht en …) die bestaat uit de volgende zeven stappen:

  1. Het benoemen van stimulerende en belemmerende factoren
  2. Het benoemen van het doel dat men met de leerling wil bereiken
  3. Het formuleren van de onderwijsbehoeften
  4. Het verkennen van de mindset van de leerkracht
  5. het formuleren van de leraarvaardigheden
  6. Het formuleren van het planmatig handelen
  7. Het vastleggen van de afspraken

Voor elk van de vier domeinen bevat het Dialooginstrument HGW kaartjes die de onderwijsbehoeften van de leerling koppelen aan de bijbehorende (en benodigde) leerkrachtvaardigheden. Voor het domein Leren zijn de leerkrachtvaardigheden daarenboven ingedeeld in instructie- en managementvaardigheden. Deze domeinkaartjes zijn vergezeld van kaartjes die helpen om na te gaan wat het perspectief is van de leerkracht (mindset) en hem helpen om het probleem planmatig aan te pakken (planmatig handelen).

Hoe je werkt met het dialooginstrument zie je in het onderstaande filmpje.

Een absolute aanrader!

Dyslexie 360

Een totaalplaatje

Auteur:Roderick L. Nicolson, Nel Hofmeester, Irene Besnard-van Baaren & Kees van den Bos
Uitgeverij:Gompel&Svacina
Plaats:Oud-Turnhout|’s Hertogenbosch
Jaar:2019
Pagina’s:184
ISBN-13:9789463711847
Prijs:€ 30,-

“Het wonderlijke feit doet zich echter voor dat er in de literatuur en in de praktijk tot voor kort weinig tot niets met het gegeven van de sterke kanten werd gedaan. Dyslexie als stoornis was – en is dat vaak nog steeds – de dominante visie.”

“Ook op school is er vrijwel alleen ruimte voor ‘stoornisbestrijding’ in de vorm van remediëringsprogramma’s. Ik heb grote onvrede met dergelijke traditionele, eenzijdige visie op dyslexie en de traumatische ervaringen die veel dyslectici daardoor ‘vroeger’ hebben opgedaan.”

Dit is een boek dat iedereen die met ernstige leesproblemen en dyslexie te maken heeft, moet gelezen hebben. Toegegeven, niet iedereen zal onverdeeld enthousiast of akkoord zijn met de inhoud van het boek, omdat het zijn achtergrond van de positieve psychologie niet verdoezelt, maar het uitgangspunt ervan is ontegensprekelijk juist: er wordt nog te veel gekeken naar de negatieve kanten van dyslexie, zonder dit vanuit een totaalperspectief , rekening houdend met ook de positieve kanten, te benaderen. Oh ja, tijdens de momenten van psycho-educatie komen enkele positieve aspecten obligaat aan bod, maar dan meer gepresenteerd als een troostprijs, een wondeverzorger meestal aangevuld met een rijtje van groot- en bekendheden die ook dyslexie hebben of hadden. Iets dergelijks is dit boek allerminst. En in die zin zet het de lezer aan het denken vanuit een uitspraak die ik ergens in dit boek opraapte:

Als iemand zou zeggen: je moet meer leesbegeleiding nemen, dan ben ik in staat om die persoon te wurgen! Ik heb alles gezien, alle littekens opgelopen. Wat ik wil is dat iemand me helpt succesvol te zijn met mijn dyslexie.

Maar wees gerust: de auteurs zijn er zich van bewust dat er een synergie moet zijn tussen de traditionele en de (hun) positieve benadering van dyslexie. En net daarmee reserveerden ze zich een plaatsje op deze boekenblog.

In het eerste hoofdstuk schetst de oorspronkelijke auteur, Roderick I. Nicholson, het hoe, wat en waarom van dit boek.Hij legt uit van waaruit hoe het boek groeide en hoe de verschillende hoofdstukken moeten gelezen worden. Hij lanceert er ook zijn model van de sterke kanten van dyslexie dat hij De tempel der sterktes heeft genoemd, een antieke tempel waarvan de pilaren rusten op de sokkels van werk, cognitie en het sociale en het dak van het onconventionele denken dragen. Maar meer zeg ik hier niet over. Daarvoor moet je het boek lezen om een en ander goed te kunnen begrijpen.

In het tweede hoofdstuk bekijkt de auteur de onderliggende oorzaken om de gevonden sterke kanten beter te begrijpen. Dit kan hij alleen maar doen zonder het ook te hebben over de inzichten die met de zwaktes van dyslexie te maken hebben. In het derde hoofdstuk zet de auteur zijn theorie over de sterktes en zwakten van dyslexie uiteen. Hij beschrijft het onderzoek dat hij heeft uitgevoerd en presenteert er zijn bevindingen. Om dan in het vierde hoofdstuk op zoek te gaan naar de oorzaken waarom zoveel kinderen met dyslexie falen.

In het vijfde en laatste hoofdstuk brengt de auteur tenslotte zijn aanpak – of beter gezegd: zijn manier van omgaan – met dyslexie onder de aandacht. Een manier die onder andere bepaald wordt door en gekoppeld is aan de levensfase waarin de persoon met dyslexie zich bevindt.

Een onconventioneel boek van een onconventioneel auteur dat zich laat lezen als een trein en zeker inspirerend is.

Taal leren

Van kleuters tot volwassenen

Auteur:Koen Jaspaert & Carolien Frijns
Uitgeverij:LannooCampus
Plaats:Leuven
Jaar:2017
Pagina’s:238
ISBN-13:9789401444422
Prijs:€ 24,99

“Uitgangspunt van deze tekst is dat democratisering een kernwaarde en een belangrijk doel van onze hedendaagse maatschappij is. Vooral na de Tweede Wereldoorlog en de daarmee gepaard gaande dekolonisering is men tot het besef gekomen dat een maatschappij waarin iedereen kansen kreeg, ongeacht zijn of haar achtergrond, te verkiezen was boven een maatschappij waarbij uitgegaan werd van vaste indelingen in standen, een maatschappij waarin wat iemand kon bereiken door dat standenlidmaatschap ingeperkt werd.”

Koen Jaspaert (1956-2017) was hoogleraar aan de Faculteit Letteren van de KU Leuven en academisch promotor van het Centrum voor Taal en Onderwijs in Leuven. Hij was algemeen secretaris van de Taalunie en is oprichter van het Steunpunt NT2, het eerste expertisecentrum Nederlands als tweede taal in Vlaanderen. Dit boek, dat postuum verscheen, is zijn verrassende en (in het licht van de huidige meer en meer gepolariseerde maatschappij) bij momenten visionaire nalatenschap. Zijn visie die aan de grondslag ligt van dit boek, legt hij haarfijn uit in het eerste hoofdstuk. Samen met Carolien Frijns en andere onderzoekers zoals Kris Van den Branden, maar ook met mensen uit de praktijk, maakt hij, zoals je ook op de achterflap van het boek kunt lezen) duidelijk hoe taalontwikkeling in elkaar zit, hoe ons beeld van taal en onderwijs het leren van taal beïnvloedt en hoe je taal beter verwerft via interactie in een leeromgeving waarin er (meertalig) geëxperimenteerd mag worden. Kortom: een boek dat niet alleen door schoolteams, maar ook door de beleidsmakers absoluut moet gelezen worden.

Dit boek combineert sterk inhoudelijke hoofdstukken (hoofdstukken 1 tot en met 4) met hoofdstukken met ervaringen en beschouwingen die geschreven werden door mensen uit de praktijk (hoofdstukken 5 tot en met 9). In die zin kun je spreken van twee afzonderlijke delen.

Het eerste deel opent met een hoofdstuk geschreven door Koen Jaspaert zelf, waarin hij zijn visie uiteenzet. Hij doet dit aan een de hand van een haarscherpe analyse waarin hij thema’s als taalvaardigheid en sociale achtergrond, het falend taalvaardigheidsonderwijs en het talige democratiseringsprobleem niet schuwt. Deze analyse laat hij volgen door een eerste concretisering van zijn visie waarin hij aangeeft hoe zijn visie in de praktijk kan worden omgezet: het antwoord ligt in een verantwoorde balans tussen impliciet en expliciet taal leren. Deze visie concretiseert hij samen met Carolien Frijns in het tweede hoofdstuk voor het kleuteronderwijs. In het derde hoofdstuk fileert Kris Van den Branden het talenbeleid in het basisonderwijs en formuleert hij een visie voor de toekomst. In het vierde hoofdstuk zijn Koen Jaspaert en Carolien Frijns weer aan het woord over leesplezier en begrijpend lezen.

In de volgende hoofdstukken komen mensen vanuit de praktijk van het secundair en volwassenenonderwijs aan het woord. Verwacht hier niet alleen praktische tips over wat wel en wat niet te doen. Deze mensen spreken vanuit een bepaald theoretisch referentiekader en vertalen dit naar de praktijk.

Samengevat: voor wie begaan is met het taalonderwijs in het algemeen en meer in het bijzonder aan het taalonderwijs aan anderstalige nieuwkomers, is dit boek verplichte literatuur.

Geprikkeld om te weten

Studeren met autisme

Auteur:Valérie Van Hees & Herbert Roeyers
Uitgeverij:Academia Press
Plaats: Gent
Jaar:2014
Pagina’s:98
ISBN-13: 9789038222691
Prijs:€ 24,99

“De overstap naar het basisonderwijs of het secundair onderwijs, het aanvatten van een nieuwe studierichting, de overstap naar het hoger onderwijs of naar de arbeidsmarkt zijn voor veel mensen positieve uitdagingen, maar voor mensen met een autismespectrumstoornis (ASS) zijn deze transities vaak niet evident. Voor heel wat studenten met ASS verloopt de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs niet zonder problemen.”

Veel onderwijsbegeleiders (CLB’ers en anderen) zullen het met me eens zijn: van sommige leerlingen met ASS in de basisschool kun je bijna met zekerheid voorspellen dat ze het in het regulier secundair onderwijs niet zullen halen. Heel vaak komen hun ouders, als eerste deskundige, daar ook spontaan mee op de proppen. Als er dan plaats is in het type 9 onderwijs met een opleidingsvorm 4, is dat zowel voor ouders als de leerling een grote opluchting. Helaas is het aantal gegadigden veel groter dan het aanbod. Wat dan weer leidt tot allerlei gekke toestanden zoals een loterij onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder, leerlingen die vroegtijdig het reguliere basisonderwijs ruilen voor het buitengewoon basisonderwijs type 9 omdat ze dan voorrang krijgen bij de overgang naar het secundair onderwijs in een de aanverwante school voor buitengewoon secundair onderwijs type 9 opleidingsvorm 4 en dergelijke meer. Voor hen en de leerlingen met ASS die de overstap maken naar het reguliere secundaire onderwijs is de studiekeuze vaak niet evident. Een fenomeen dat je terugziet op alle cruciale studiekeuzemomenten in het secundair onderwijs. Net voor hen en hun ouders en begeleiders hebben de auteurs dit educatief pakket uitgewerkt. Een pakket dat razend actueel blijft, ook al is het enkele jaren oud. Een pakket dat een aantal inzichten aanreikt in verband met onderwijsloopbaanbegeleiding die ook voor andere leerlingen zonder ASS een meerwaarde kunnen betekenen. Kortom, een educatief pakket dat ik warm aanbeveel.

Leestip: Het boek komt met een dvd. Het lijkt mij het beste om, voor de herkenbaarheid van wat men leest, eerst de dvd te bekijken om daarna de aangeleverde inzichten in het boek na te lezen en te verdiepen.

Het boek bestaat voor mij uit twee duidelijke delen. In het eerste deel geven de auteurs in zeven hoofdstukken concrete informatie over ASS. De titels van de hoofdstukken spreken voor zich:

  • autismespectrumstoornis
  • ASS komt vaak voor
  • een complex samenspel van oorzaken
  • de hersenen functioneren anders
  • de informatie wordt anders verwerkt
  • ASS plus
  • een verhaal van sterktes

Het hoofdstuk een verhaal van sterktes is een oproep om ASS niet meer te benaderen vanuit enkel de zwaktes en tekorten. Juist door hun hersenen die anders georganiseerd zijn en op een andere manier functioneren hebben personen met ASS ook heel wat sterktes. Zoals daar zijn:

  • zeer goed geheugen, snel onthouden van losstaande feiten
  • nauwgezet
  • objectief
  • onbevooroordeeld
  • sterke visueel-ruimtelijke vaardigheden
  • sterk waarnemingsvermogen
  • situaties verwerken en interpreteren zonder emotionele geladenheid
  • analytisch en rechtlijnig denken

Het zijn trouwens een aantal van deze kenmerken die hen soms beter geschikt maken voor bepaalde jobs dan mensen zonder ASS.

De drie laatste hoofdstukken van het boek, die helemaal in het teken staan van de (overgang naar) het hoger onderwijs, gaan niet alleen dieper in op de studiekeuze voor het hoger onderwijs, de begeleiding bij het studiekeuze proces maar ook op de begeleiding in de loop van het hoger onderwijs. Niet te missen dus.

Nieuwe autoriteit / Verbindend gezag voor het onderwijs

Auteur:Haim Omer
Uitgeverij:Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar:2019
Pagina’s:173
ISBN-13: 9789463370714
Prijs:€ 29,50

“Het gezag versterken is niet alleen essentieel voor leraren, maar ook voor alle andere betrokkenen. Het is van vitaal belang voor kinderen en jongeren, want als de leraren niet over de nodige autoriteit beschikken om de gedragsregels op school te bepalen, zullen de dominante leerlingen dat wel doen.”

“Terwijl leraren vroeger bekende personen in de gemeenschap waren die werden gerespecteerd en gesteund door iedereen, zijn zij nu anonieme personen geworden”

Deze twee citaten uit het boek van Haim Omer schetsen het probleem dat zich op veel Vlaamse en Nederlandse scholen voordoet. Vroeger was de leerkracht een persoon van aanzien die bijna onvoorwaardelijk gesteund werd door de ouders en gerespecteerd door kinderen. Veel oudere lezers zullen met mij beamen dat je als kind, als je met straf thuiskwam, daar niet veel uitleg moest aan geven omdat de leerkracht toch onvoorwaardelijke werd geloofd en jijzelf ‘het wel verdiend zou hebben’. Nu leven we in een tijd waarin het niet uitzonderlijk is dat een nota van een leerkracht in een agenda door de ouders beantwoord wordt met een tegennota die het gezag van de leerkracht meteen onderuit haalt. En dit terwijl je vaststelt dat veel van de ouderlijke opvoedingstaken meer en meer in het mandje van de leerkrachten worden gelegd. Terwijl het gedachtengoed van Haim Omer al enige bekendheid heeft gekregen in het Vlaamse en Nederlandse onderwijs, heeft hijzelf nu voor de eerste maal een boek geschreven dat zich rechtstreeks richt tot de onderwijsmensen. Het is een boek dat zich heel vlot laat lezen en veel leerkrachten een hart (en een instrumentenkoffer) onder de riem zal steken. De vele voorbeelden die in het boek verwerkt zijn maken het voor iedere leerkracht bovendien zeer herkenbaar. Samen met de vele concrete tips die aangeboden worden zijn ze van die aard dat ze de existentiële eenzaamheid van het leerkracht-zijn kunnen doorbreken. Een absolute aanrader!

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken en een conclusie. In het eerste hoofdstuk vertrekt Haim Omer vanuit de vaststelling dat de autoriteit van leerkrachten niet meer vanzelfsprekend is. Hij omschrijft zeer herkenbaar hoe kwetsbaar de leerkracht van vandaag wel is. Hij zet de traditionele vorm van autoriteit tegenover zijn Nieuwe Autoriteit en verduidelijkt meteen zijn 4 principes, namelijk aanwezigheid, zelfbeheersing, ondersteuning en volharding.

Het tweede hoofdstuk staat helemaal in het teken van het principe van de aanwezigheid in de klas, in de gehele school en tegenover elke leerling. Alle leerlingen moeten voelen dat hun leerkracht hen ziet, aan hen denkt en met hen een relatie aangaat.

Dat het noodzakelijk is dat leerkrachten en ouders een verbond met elkaar sluiten, is de essentie van het derde en uitgebreide hoofdstuk. Hoe je dit realiseert wordt uitvoerig beschreven. Om de kritische lezer meteen gerust te stellen, som ik hierna enkele rubrieken uit dit hoofdstuk op:

  • Hoe benader je ouders die mogelijk met geweld reageren op hun kind?
  • Hoe ga je om met ouders die overtuigd zijn dat de school hun kind viseert?
  • Een stappenplan voor de ontmoeting tussen ouders en schoolteam.

Leraren zijn verantwoordelijk voor elkaar. Dat is het leidende thema van het vierde hoofdstuk. Een aanval op één leraar moet opgevat worden als een aanval op het hele schoolteam. Wanneer dit als principe door alle leerkrachten omarmd wordt, verandert geleidelijk aan de status van de leraar en de sfeer op school. Niet langer ‘Ik in mijn klas’ maar wel ‘Wij in onze school’ dus. Hoe je dit alles realiseert en ondertussen toch de leerlingen blijft beschermen, kun je hier lezen.

Het vijfde hoofdstuk bespreekt niet alleen de rol van de directeur maar ook hoe hij zichzelf een plaats in het geheel kan verwerven zonder deloyaal te zijn aan ouders en tegelijk ook de leerkrachten. Er wordt ook aangegeven hoe hij de Nieuwe Autoriteit op zijn school kan introduceren.

Het zesde en laatste hoofdstuk gaat dieper in op het sanctiebeleid van een school, of beter gezegd: hoe de school zich voorbij de grenzen van het eigen sanctiebeleid kan ‘overstijgen’.

De algemene conclusie van het boek geeft kort enkele aanbevelingen om dit alles om te zetten naar de praktijk.

Haal meer uit je toetsgegevens

Van resultaten naar groepsplan

Auteur:Willem de Vos, Denise van Schelven, Bas Oprins & Liesbeth van Beijsterveldt
Uitgeverij:Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar:2015
Pagina’s:320
ISBN-13: 9789089536457
Prijs:€ 27,95

“Dit boek sluit aan bij wat er gevraagd wordt van scholen in het kader van passend onderwijs, waarbij je als leerkracht steeds aandacht moet hebben voor wat iedere leerling aan onderwijs en begeleiding nodig heeft om voldoende aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van de leerling. Het gebruik maken van informatie uit de data die je verzamelt, speelt daarbij een belangrijke rol.”

In het onderwijs worden toetsen nog te vaak gezien als unidirectionele feedback voor de leerling. Nochtans zijn de resultaten van de leerlingen een belangrijke bron van feedback voor de leerkracht over zijn manier van lesgeven, de kwaliteit van zijn instructie. Meer nog, op schoolniveau kunnen de gegevens die onder andere door toetsen verzameld worden, gebruikt worden om de kwaliteit van de leerlijnen, de didactische aanpak… te evalueren en bij te sturen. Ook al kan dat bedreigend overkomen, is het toch belangrijk om hier oog voor te hebben.

Centraal in dit boek staat de EPU-cyclus. EPU staat voor Evalueren, Plannen, Uitvoeren. Elke fase van deze cyclus heeft zijn eigen uitwerking. In de evaluatie-fase verzamel, analyseer en interpreteer je de gegevens die relevant zijn om de ontwikkeling van de leerlingen en de kwaliteit van het aangeboden onderwijs te analyseren. Dit analyseren vraagt dat je objectief naar de gegevens kijkt ze interpreteert en de besluiten neemt die zich opdringen. Die besluiten vertaal je in de volgende fase naar een plan van aanpak waarin je concrete doelen stelt, leerlingen clustert en een aanbod uitwerkt met een passende aanpak. NA de derde fase, het uitvoeren, begint de EPU-cyclus dan opnieuw.

Het boek bestaat uit drie duidelijke delen. Het eerste deel is geschreven op maat van de leerkracht die in zijn klas aan de slag wil gaan met de gegevens die hij daar voorhanden heeft. De verschillende fasen van de EPU-cyclus worden voor hem concreet uitgewerkt. Hij krijgt een stap-voor-stap-handleiding om te komen tot een groepsplan waarmee hij tegemoet kan komen aan de verschillende onderwijsbehoeften van zijn leerlingen.

Het tweede deel is geschreven voor directies en beleidsteams die hun leerkrachtenteam willen trainen in het werken met de data die ze kunnen verzamelen. Zij krijgen in dit deel een uitgewerkt trainingsprogramma aangereikt dat ze hiervoor kunnen gebruiken.

In het derde en laatste deel geven de auteurs achtergrondinformatie over het werken met de EPU-cyclus in het kader van het opbrengstgericht en data-gestuurd werken. De aandachtige Vlaamse lezer zal hier onmiddellijk merken dat het in dit boek vertelde verhaal perfect toepasbaar is in Vlaanderen, ook al verwijst het hier en daar naar typisch Nederlandse fenomenen.

Een boek dat heel goed aansluit bij het actuele thema van het op bewijs gebaseerde onderwijs. Een aanrader voor iedereen die zich wat dieper wil inwerken in het werken met data in het onderwijs.

88 inzichten

om nog beter les te geven

Auteur:Tim Bowman
Uitgeverij:Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar:2017
Pagina’s:182
ISBN-13: 9789461182418
Prijs:€ 21,-

“Als je op zoek bent naar een gedetailleerd lesplan, dan is dit niet het juiste boek voor je. Als je denkt dat de weg naar effectief lesgeven geplaveid is met onzekerheden, tegenstellingen en vergissingen… dan kan dit weleens het goede boek zijn.”

Wie vorming geeft aan leerkrachten weet dat deze altijd vragen naar zo concreet mogelijke, onmiddellijk in de praktijk toepasbare tips. Soms zelfs in die mate, dat ze geen oog hebben voor en/of geen oor hebben naar de theoretische achtergrond van deze tips. Wat dan aanleiding geeft tot de verzuchting dat het ‘allemaal niet werkt’. Met dit boek ligt dat anders. Het heeft niet de bedoeling om pasklare tips en trucs aan te leveren. Het wil leerkrachten en alle andere onderwijsmensen inspireren en laten reflecteren aan de hand van de 88 inzichten die in dit boek zijn opgenomen en die stuk voor stuk nauwelijks hun op wetenschappelijk bewijs gebaseerde achtergrond kunnen verhullen. Het is dan ook niet zonder reden dat niemand minder dan John Hattie zich heeft laten lenen om het voorwoord te schrijven. Dit alles maakt het tot het ideale (her)bronnenboek voor het onderwijs.

De trouwe lezers van deze boekenblog weten dat er normaal gezien na de cursorische inleiding een beschrijving volgt van de inhoud van het boek. Vergeef me dat ik dit deze keer niet doe. Dit zou immers betekenen dat ik de volledige inhoud van dit boek hier inzicht na inzicht zou moeten overpennen. Wat nadrukkelijk niet de bedoeling is. Daarom geef ik tot slot van deze korte bespreking en als smaakmaker de titel van een vijftal inzichten mee. Wie deze de titel te cryptisch vindt, moet dan maar het boek consulteren voor meer duidelijkheid.

  • Wees niet de favoriete leraar
  • Geef hun keuzes
  • Gebruik je superkrachten
  • Je zult je soms beroerd voelen / je zult soms willen stoppen
  • Sla een brug

Hoofd vol TOS

Overlevingsgids voor jongeren

Auteur:Veerle Stevens, Jérôme Vergne & Beau Verhaar
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2019
Pagina’s:104
ISBN-13: 9789492525703
Prijs:€ 17,50

“TOS is een spectrumstoornis. Je hebt heel lichte vormen van TOS en je hebt ernstige vormen. Je hebt vormen waarbij alleen het uiten van taal een probleem is, waardoor woorden en zinnen er verkeerd uitkomen. En je hebt vormen waarbij ook het begrijpen van taal erg moeilijk is, waardoor woorden en zinnen van anderen niet goed worden begrepen.”

Ook in het onderwijs wordt er meer en meer aandacht gevraagd en geschonken aan kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. Dankzij onder andere het werk van Jet Isarin is de handelingsverlegenheid van leerkrachten doorbroken. Daarnaast kan men in diverse boeken de nodige achtergrondkennis opdoen. Maar één vraag blijft in deze boeken onbeantwoord. Hoe beleven kinderen en jongeren met TOS het zelf? Daar komt nu verandering in. De drie auteurs van dit boek zijn immers jongeren met TOS die ons in samenwerking met Jet Isarin een inkijk geven in hun eigen leven en de manier waarop ze hun TOS beleven. Daarbij geven ze talloze tips door. Tips die teruggaan op zaken die hen geholpen of ondersteund hebben. Het mooie hieraan is dat ze – hoe vreemd dit ook kan klinken – een taal (uit)gevonden hebben om met andere jongeren met TOS te spreken. Kortom: een boek, bedoeld voor jongeren uit het voortgezet onderwijs, dat je ook als ouder, hulpverlener, leerkracht, … moet gelezen hebben.

Na een korte inleiding stellen de drie auteurs zichzelf heel kort voor. In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit is wat TOS is aan de hand van allerlei situaties die ze meemaken. En heel belangrijk is dat voor hen hun taalontwikkelingsstoornis verder reikt dan de taal zelf. Ook problemen met executieve functies of met Theory of Mind (het herkennen en begrijpen van de eigen gevoelens en de gevoelens van anderen, het zich in anderen kunnen verplaatsen, …) zijn vaak aan de orde.

Het tweede hoofdstuk leert ons hoe het is om met een taalontwikkelingsstoornis deel te nemen aan het sociale verkeer met zijn vaak ongeschreven regels. In het derde hoofdstuk komt aan bod wat TOS op school zoals met zich meebrengt. Hetzelfde komt aan bod in het volgende hoofdstuk, maar dan met betrekking op de vrije tijd.

In de hoofdstukken vijf en zes vertellen Veerle en Jérôme uitgebreid over heel specifieke ervaringen: Veerle vertelt over op reis gaan, Jérôme over op stage gaan. Ook hier is de impact van hun taalontwikkelingsstoornis zeer duidelijk. In het zevende hoofdstuk hebben Jérôme en Beau tips verzameld die hun lotgenoten kunnen helpen maar ook hun omgeving. Het boek eindigt met een hoofdstukje over activiteiten en hulpmiddelen voor jongeren met een taalontwikkelingsstoornis.

Kortom, meer dan de moeite waard.

Growth mindset lessen

Voor de basisschool

Auteur:Katherine Muncaster & Shirley Clarke
Uitgeverij:Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar:2019
Pagina’s:175
ISBN-13: 9789461182777
Prijs:€ 52,-

“Het begrip ‘growth mindset’ is een toegankelijk concept geworden om te beschrijven hoe leerlingen tegenover zichzelf en hun mogelijkheden zouden moeten denken om succesvol te zijn.”

“Een fixed mindset ontstaat doordat de aandacht voortdurend ligt op wat je kunt, en niet op je ontwikkeling en inzet.”

Velen zullen dit niet graag lezen, maar veel van wat er in artikels, presentaties of vormingen over de growth mindset-theorie van Carol Dweck gezegd en geschreven wordt, is vaak (ten dele of in zijn geheel) onjuist. Het bekt goed, ligt goed in de mond en klinkt aantrekkelijk, maar vaak vergeet men die ene uitspraak van Carol Dweck:

The claim of developing a ‘growth mindset’ is the most fixed mindset idea of the lot.

Maar als het geen eigenschap is van een persoon, wat is het dan wel? Het is een manier van denken in een specifieke situatie. Het is meer een strategie om met iets om te gaan dan een manier van zijn. Kortom: het werk van Carol Dweck werd en wordt zo vaak verkeerd geïnterpreteerd, dat niemand minder dan John Hattie zich genoodzaakt zag daar een gastblog over te schrijven: ‘Misinterpreting the Growth Mindset: Why We’re Doing Students a Disservice‘. Tijd dus om de puntjes op de i te zetten en scholen en leerkrachten te leren hoe het wel kan, hoe het wel moet. En dat is precies wat Katherine Muncaster en Shirley Clarke in hun boek doen. Aan de hand van praktische en onmiddellijk toe te passen lessen leren ze scholen en leerkrachten hoe ze vanuit een growth mindset-cultuur op school leerlingen zover kunnen brengen dat ze die growth mindset-manier van denken gaan toepassen in specifieke situaties, namelijk situaties waarin ze vast zitten, het even niet meer weten, geconfronteerd worden met hun schijnbare grenzen, angstig zijn, fouten maken. En dan spreken we niet langer van een hype, gaat het niet langer over beloftes die men niet kan waarmaken, maar is het een geschenk voor de toekomst.

Het boek bevat zoals gezegd uitgewerkte lessen om kinderen er enerzijds op de juiste manier te laten ervaren wat een growth mindset is en hen dit ook daadwerkelijk te laten ervaren. Het gaat, zoals op de achterzijde van het boek heel juist staat aangegeven, over oneindig veel meer dan gewoon uitspraken in de trant van ‘Gewoon blijven doorzetten en dan kom je er wel’. Het gaat in de lessen over de verschillende aspecten van een growth mindset zoals:

  • Talent is niet iets dat vaststaat. Je brein kan groeien!
  • Fouten maken mag en moet soms om verder te komen!
  • Uitdagingen zijn interessant omdat je er wat van kunt leren!
  • Waarom helpt doorzetten?
  • Wat is veerkracht?
  • Waarom helpt veerkracht?

Maar aan het begin van het boek staan een aantal korte hoofdstukken die men zeker moet lezen alvorens met de lessen aan de slag te gaan. Naast een korte uiteenzetting over de mindset-theorie wordt er ook een beschrijving gegeven van het waarom van de lessen, hoe die werden uitgewerkt en ervaren. En in de leeswijzer kom je te weten hoe je op de juiste manier met die lessen aan de slag kunt.

Kortom: warm aanbevolen!