Meer dan slim

Talentgerichte begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren

Auteur:Corry Wolters
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2020
Pagina’s:232
ISBN-13: 9789492525857
Prijs:€ 24,95

“Toch blijkt dat de leerbehoeften en de emotionele behoeften van hoogbegaafde kinderen lang niet altijd worden gezien. Hoogbegaafdheid blijkt complex te zijn.”

“Het gebrek aan ondersteuning lijkt vooral voort te komen uit de vele mythen over hoogbegaafdheid. Ten onrechte wordt vak gedacht dat hoogbegaafde kinderen vooral (of zelfs uitsluitend) extra intellectuele uitdaging nodig hebben. Vaak denken we in het onderwijs dat hoogbegaafde kinderen zich daarmee wel redden; ze hebben immers talent genoeg.”

Het is een feit dat het aantal hoogintelligente personen veel hoger ligt dan het aantal hoogbegaafde kinderen. Dit verschil in terminologie is zeer belangrijk en niet overbodig. Je kunt immers slechts spreken van hoogbegaafdheid als de hoogintelligente personen ook in staat zijn om actief aan de slag te gaan met hun talenten, hun talenten waar te maken. En daarvoor is er meer nodig dan extra cognitieve uitdagingen. Hoogbegaafde personen beleven de wereld immers op een andere (sommige zeggen intensere) manier, anticiperen vaak op situaties waar anderen niet bij stil staan, hebben vaak een andere ‘kijk’ op relaties wat er voor zorgt dat een en ander sociaal en emotioneel anders op hen inwerkt dan je zou verwachten. Ze hebben een (over)gevoeligheid voor dingen die je niet meteen zou verwachten. Daarnaast hebben ze vaak een gevoel van ‘leren zonder te leren’, waardoor ze de leervaardigheden en executieve functies die bij studeren horen, niet of nauwelijks ontwikkelen, wat hen in bepaalde situaties zuur kan opbreken. Dit boek van Corry Wolters gaat over hoe men door de talenten van hoogbegaafde kinderen en jongeren aan te grijpen met hen kan coachen en begeleiden, bij voorkeur nog voor ze vastlopen. Nu er binnen het M-decreet en Passend Onderwijs heel wat aandacht gaat naar het zorgcontinuüm, is het een zaak om de aandacht voor deze hoogbegaafde kinderen in institutionaliseren. Omdat het er in beide om draait om elk kind maximale ontwikkelingskansen te geven.

Het boek bestaat uit twee delen, rijk voorzien van concrete voorbeelden. Het eerste deel schetst wat hoogbegaafdheid met zich meebrengt en hoe de (over)gevoeligheid van hoogbegaafde kinderen en jongeren met zich meebrengt. De auteur beschrijft in het eerste hoofdstuk wat zij bedoelt met talentgericht werken. Heel belangrijk: onder talenten verstaat zij heel wat anders dan de gangbare invulling van het begrip! Ze gaat onder andere dieper in op de drie zones van leren, de theorie van Carol Dweck en (het belang van) een realistisch zelfbeeld. Verder heeft ze het over mogelijke hulpbronnen en steunvaardigheden. Ze benadrukt de theoretische uitgangspunten van haar boek en beschrijft de zeven stappen van het voorgestelde begeleidingsproces.

Het tweede hoofdstuk staat in het teken van de talentgesprekken. Vragen die hierin beantwoordt worden zijn onder de vraag naar wat talenten zijn, hoe je die samen met het kind of jongere kunt ontdekken en ontwikkelen en hoe je een talentgesprek voert. Het derde hoofdstuk sluit hier naadloos op aan door te beschrijven moe men oplossingsgericht met hen kunt werken

Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op de theorie over de sensitiviteit van hoogbegaafde kinderen en jongeren van de Poolse psychiater Dabrowski, die één van de fundamenten is van het boek. Tegelijk rekent de auteur af met enkele misverstanden en mythes over hoogbegaafdheid. In het vijfde en laatste hoofdstuk van dit eerste deel wordt het stappenplan voor begeleiding helemaal uit te doeken gedaan.

Het tweede deel vind je een hoofdstuk terug dat volledig geschreven is op het niveau van het kind en de jongere dat dezelfde thema’s behandelt uit het eerste deel. Het zevende en laatste hoofdstuk beschrijft 25 werkvormen die je kunt gebruiken om met het kind of de jongere aan de slag te gaan.

Hoofd vol TOS

Overlevingsgids voor jongeren

Auteur:Veerle Stevens, Jérôme Vergne & Beau Verhaar
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2019
Pagina’s:104
ISBN-13: 9789492525703
Prijs:€ 17,50

“TOS is een spectrumstoornis. Je hebt heel lichte vormen van TOS en je hebt ernstige vormen. Je hebt vormen waarbij alleen het uiten van taal een probleem is, waardoor woorden en zinnen er verkeerd uitkomen. En je hebt vormen waarbij ook het begrijpen van taal erg moeilijk is, waardoor woorden en zinnen van anderen niet goed worden begrepen.”

Ook in het onderwijs wordt er meer en meer aandacht gevraagd en geschonken aan kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. Dankzij onder andere het werk van Jet Isarin is de handelingsverlegenheid van leerkrachten doorbroken. Daarnaast kan men in diverse boeken de nodige achtergrondkennis opdoen. Maar één vraag blijft in deze boeken onbeantwoord. Hoe beleven kinderen en jongeren met TOS het zelf? Daar komt nu verandering in. De drie auteurs van dit boek zijn immers jongeren met TOS die ons in samenwerking met Jet Isarin een inkijk geven in hun eigen leven en de manier waarop ze hun TOS beleven. Daarbij geven ze talloze tips door. Tips die teruggaan op zaken die hen geholpen of ondersteund hebben. Het mooie hieraan is dat ze – hoe vreemd dit ook kan klinken – een taal (uit)gevonden hebben om met andere jongeren met TOS te spreken. Kortom: een boek, bedoeld voor jongeren uit het voortgezet onderwijs, dat je ook als ouder, hulpverlener, leerkracht, … moet gelezen hebben.

Na een korte inleiding stellen de drie auteurs zichzelf heel kort voor. In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit is wat TOS is aan de hand van allerlei situaties die ze meemaken. En heel belangrijk is dat voor hen hun taalontwikkelingsstoornis verder reikt dan de taal zelf. Ook problemen met executieve functies of met Theory of Mind (het herkennen en begrijpen van de eigen gevoelens en de gevoelens van anderen, het zich in anderen kunnen verplaatsen, …) zijn vaak aan de orde.

Het tweede hoofdstuk leert ons hoe het is om met een taalontwikkelingsstoornis deel te nemen aan het sociale verkeer met zijn vaak ongeschreven regels. In het derde hoofdstuk komt aan bod wat TOS op school zoals met zich meebrengt. Hetzelfde komt aan bod in het volgende hoofdstuk, maar dan met betrekking op de vrije tijd.

In de hoofdstukken vijf en zes vertellen Veerle en Jérôme uitgebreid over heel specifieke ervaringen: Veerle vertelt over op reis gaan, Jérôme over op stage gaan. Ook hier is de impact van hun taalontwikkelingsstoornis zeer duidelijk. In het zevende hoofdstuk hebben Jérôme en Beau tips verzameld die hun lotgenoten kunnen helpen maar ook hun omgeving. Het boek eindigt met een hoofdstukje over activiteiten en hulpmiddelen voor jongeren met een taalontwikkelingsstoornis.

Kortom, meer dan de moeite waard.

Handboek dyslexie

Theorie en praktijk

Auteur:Tom Braams
Uitgeverij:Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar:2019
Pagina’s:688
ISBN-13:9789024426683
Prijs:€ 69,95

“Leerstoornissen bestaan alleen in relatie tot wat je van jezelf vraagt en wat de maatschappij van je vraagt.”

“In het spellingonderwijs zijn er twee uiteenlopende benaderingen: directe instructiemethoden gericht op spellingkennis lijken effectiever te zijn dan inprentingsmethoden.”

Voorstellen moet je hem niet. Tom Braams is al jaren in Nederland en Vlaanderen een autoriteit op het vlak van leerproblemen in het algemeen en lees- en spellingproblemen in het bijzonder. In dit handboek slaagt hij erin om de recentste inzichten in verband met dyslexie op een zeer toegankelijke manier weer te geven en te koppelen aan op bewijs gebaseerde diagnostische procedures en behandelingsmethodes. Dit boek, duidelijk gelardeerd met zijn jarenlange praktijkervaring, verdient de status van het beste Nederlandstalig multidisciplinaire standaardwerk over dyslexie, een doctoraatstitel waardig. Het is dan ook verplichte literatuur voor iedereen die professioneel met kinderen, jongeren en volwassenen met lees- en spellingproblemen of dyslexie aan de slag gaat.

Dit handboek bestaat uit drie grote delen en bevat daarnaast enkele zeer interessante bijlagen zoals een overzicht van internetverwijzingen, een verklarende (vak-)woordenlijst en een zeer uitgebreide literatuurlijst.

In het eerste deel komt de (theoretische) achtergrond uitgebreid aan bod. Tom Braams gaat hierbij veel verder dan het geven van een definitie en de voor de hand liggende lijst met symptomen, prevalentiecijfers en comorbiditeit. Hij beschrijft onder andere ook de geschiedenis van het begrip dyslexie, gaat dieper in op een aantal neurocognitieve componenten en toont aan waarom er individuele verschillen zijn. Heel belangrijke hoofdstukken in dit eerste deel vind ik het hoofdstuk over de beleving van dyslexie enerzijds en dat over de preventie van lees- en spellingproblemen.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de diagnostiek van dyslexie. Ook dit hoofdstuk bewijst dat de auteur heel goed op de hoogte is van de allernieuwste stand van zaken rond diagnostiek. Zo behandelt het de handelingsgerichte diagnostiek, de nieuwe visie op intelligentie via het CHC-model en sluit het aan op de DSM-5.

In het derde en laatste deel komt de behandeling van dyslexie aan bod. Tom Braams begint met een overzicht van de niet-effectieve behandelingen en andere dwaalwegen dat voor sommige lezers weleens zeer ontnuchterend zou kunnen zijn. Hij trekt de behandeling van de aan dyslexie eigen lees- en spellingproblemen uit elkaar in twee verschillende hoofdstukken en wijdt een ander hoofdstuk helemaal aan het aanleren van vreemde talen. Ook compenserende en dispenserende maatregelen krijgen in dit deel een plaats naast de psycho-educatie. Tom Braams eruditie blijkt hier echter vooral uit zijn hoofdstuk over zelfregulatie waarin thema’s zoals de executieve functies, metacognitie en zelfdeterminatie aan bod komen.

Kortom: dit is niet zomaar een boek over dyslexie, dit is ongetwijfeld hét boek over dyslexie dat ik de afgelopen tien jaar gelezen heb.