Nieuwe autoriteit / Verbindend gezag voor het onderwijs

Auteur:Haim Omer
Uitgeverij:Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar:2019
Pagina’s:173
ISBN-13: 9789463370714
Prijs:€ 29,50

“Het gezag versterken is niet alleen essentieel voor leraren, maar ook voor alle andere betrokkenen. Het is van vitaal belang voor kinderen en jongeren, want als de leraren niet over de nodige autoriteit beschikken om de gedragsregels op school te bepalen, zullen de dominante leerlingen dat wel doen.”

“Terwijl leraren vroeger bekende personen in de gemeenschap waren die werden gerespecteerd en gesteund door iedereen, zijn zij nu anonieme personen geworden”

Deze twee citaten uit het boek van Haim Omer schetsen het probleem dat zich op veel Vlaamse en Nederlandse scholen voordoet. Vroeger was de leerkracht een persoon van aanzien die bijna onvoorwaardelijk gesteund werd door de ouders en gerespecteerd door kinderen. Veel oudere lezers zullen met mij beamen dat je als kind, als je met straf thuiskwam, daar niet veel uitleg moest aan geven omdat de leerkracht toch onvoorwaardelijke werd geloofd en jijzelf ‘het wel verdiend zou hebben’. Nu leven we in een tijd waarin het niet uitzonderlijk is dat een nota van een leerkracht in een agenda door de ouders beantwoord wordt met een tegennota die het gezag van de leerkracht meteen onderuit haalt. En dit terwijl je vaststelt dat veel van de ouderlijke opvoedingstaken meer en meer in het mandje van de leerkrachten worden gelegd. Terwijl het gedachtengoed van Haim Omer al enige bekendheid heeft gekregen in het Vlaamse en Nederlandse onderwijs, heeft hijzelf nu voor de eerste maal een boek geschreven dat zich rechtstreeks richt tot de onderwijsmensen. Het is een boek dat zich heel vlot laat lezen en veel leerkrachten een hart (en een instrumentenkoffer) onder de riem zal steken. De vele voorbeelden die in het boek verwerkt zijn maken het voor iedere leerkracht bovendien zeer herkenbaar. Samen met de vele concrete tips die aangeboden worden zijn ze van die aard dat ze de existentiële eenzaamheid van het leerkracht-zijn kunnen doorbreken. Een absolute aanrader!

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken en een conclusie. In het eerste hoofdstuk vertrekt Haim Omer vanuit de vaststelling dat de autoriteit van leerkrachten niet meer vanzelfsprekend is. Hij omschrijft zeer herkenbaar hoe kwetsbaar de leerkracht van vandaag wel is. Hij zet de traditionele vorm van autoriteit tegenover zijn Nieuwe Autoriteit en verduidelijkt meteen zijn 4 principes, namelijk aanwezigheid, zelfbeheersing, ondersteuning en volharding.

Het tweede hoofdstuk staat helemaal in het teken van het principe van de aanwezigheid in de klas, in de gehele school en tegenover elke leerling. Alle leerlingen moeten voelen dat hun leerkracht hen ziet, aan hen denkt en met hen een relatie aangaat.

Dat het noodzakelijk is dat leerkrachten en ouders een verbond met elkaar sluiten, is de essentie van het derde en uitgebreide hoofdstuk. Hoe je dit realiseert wordt uitvoerig beschreven. Om de kritische lezer meteen gerust te stellen, som ik hierna enkele rubrieken uit dit hoofdstuk op:

  • Hoe benader je ouders die mogelijk met geweld reageren op hun kind?
  • Hoe ga je om met ouders die overtuigd zijn dat de school hun kind viseert?
  • Een stappenplan voor de ontmoeting tussen ouders en schoolteam.

Leraren zijn verantwoordelijk voor elkaar. Dat is het leidende thema van het vierde hoofdstuk. Een aanval op één leraar moet opgevat worden als een aanval op het hele schoolteam. Wanneer dit als principe door alle leerkrachten omarmd wordt, verandert geleidelijk aan de status van de leraar en de sfeer op school. Niet langer ‘Ik in mijn klas’ maar wel ‘Wij in onze school’ dus. Hoe je dit alles realiseert en ondertussen toch de leerlingen blijft beschermen, kun je hier lezen.

Het vijfde hoofdstuk bespreekt niet alleen de rol van de directeur maar ook hoe hij zichzelf een plaats in het geheel kan verwerven zonder deloyaal te zijn aan ouders en tegelijk ook de leerkrachten. Er wordt ook aangegeven hoe hij de Nieuwe Autoriteit op zijn school kan introduceren.

Het zesde en laatste hoofdstuk gaat dieper in op het sanctiebeleid van een school, of beter gezegd: hoe de school zich voorbij de grenzen van het eigen sanctiebeleid kan ‘overstijgen’.

De algemene conclusie van het boek geeft kort enkele aanbevelingen om dit alles om te zetten naar de praktijk.

Haal meer uit je toetsgegevens

Van resultaten naar groepsplan

Auteur:Willem de Vos, Denise van Schelven, Bas Oprins & Liesbeth van Beijsterveldt
Uitgeverij:Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar:2015
Pagina’s:320
ISBN-13: 9789089536457
Prijs:€ 27,95

“Dit boek sluit aan bij wat er gevraagd wordt van scholen in het kader van passend onderwijs, waarbij je als leerkracht steeds aandacht moet hebben voor wat iedere leerling aan onderwijs en begeleiding nodig heeft om voldoende aan te sluiten bij de onderwijsbehoeften van de leerling. Het gebruik maken van informatie uit de data die je verzamelt, speelt daarbij een belangrijke rol.”

In het onderwijs worden toetsen nog te vaak gezien als unidirectionele feedback voor de leerling. Nochtans zijn de resultaten van de leerlingen een belangrijke bron van feedback voor de leerkracht over zijn manier van lesgeven, de kwaliteit van zijn instructie. Meer nog, op schoolniveau kunnen de gegevens die onder andere door toetsen verzameld worden, gebruikt worden om de kwaliteit van de leerlijnen, de didactische aanpak… te evalueren en bij te sturen. Ook al kan dat bedreigend overkomen, is het toch belangrijk om hier oog voor te hebben.

Centraal in dit boek staat de EPU-cyclus. EPU staat voor Evalueren, Plannen, Uitvoeren. Elke fase van deze cyclus heeft zijn eigen uitwerking. In de evaluatie-fase verzamel, analyseer en interpreteer je de gegevens die relevant zijn om de ontwikkeling van de leerlingen en de kwaliteit van het aangeboden onderwijs te analyseren. Dit analyseren vraagt dat je objectief naar de gegevens kijkt ze interpreteert en de besluiten neemt die zich opdringen. Die besluiten vertaal je in de volgende fase naar een plan van aanpak waarin je concrete doelen stelt, leerlingen clustert en een aanbod uitwerkt met een passende aanpak. NA de derde fase, het uitvoeren, begint de EPU-cyclus dan opnieuw.

Het boek bestaat uit drie duidelijke delen. Het eerste deel is geschreven op maat van de leerkracht die in zijn klas aan de slag wil gaan met de gegevens die hij daar voorhanden heeft. De verschillende fasen van de EPU-cyclus worden voor hem concreet uitgewerkt. Hij krijgt een stap-voor-stap-handleiding om te komen tot een groepsplan waarmee hij tegemoet kan komen aan de verschillende onderwijsbehoeften van zijn leerlingen.

Het tweede deel is geschreven voor directies en beleidsteams die hun leerkrachtenteam willen trainen in het werken met de data die ze kunnen verzamelen. Zij krijgen in dit deel een uitgewerkt trainingsprogramma aangereikt dat ze hiervoor kunnen gebruiken.

In het derde en laatste deel geven de auteurs achtergrondinformatie over het werken met de EPU-cyclus in het kader van het opbrengstgericht en data-gestuurd werken. De aandachtige Vlaamse lezer zal hier onmiddellijk merken dat het in dit boek vertelde verhaal perfect toepasbaar is in Vlaanderen, ook al verwijst het hier en daar naar typisch Nederlandse fenomenen.

Een boek dat heel goed aansluit bij het actuele thema van het op bewijs gebaseerde onderwijs. Een aanrader voor iedereen die zich wat dieper wil inwerken in het werken met data in het onderwijs.

88 inzichten

om nog beter les te geven

Auteur:Tim Bowman
Uitgeverij:Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar:2017
Pagina’s:182
ISBN-13: 9789461182418
Prijs:€ 21,-

“Als je op zoek bent naar een gedetailleerd lesplan, dan is dit niet het juiste boek voor je. Als je denkt dat de weg naar effectief lesgeven geplaveid is met onzekerheden, tegenstellingen en vergissingen… dan kan dit weleens het goede boek zijn.”

Wie vorming geeft aan leerkrachten weet dat deze altijd vragen naar zo concreet mogelijke, onmiddellijk in de praktijk toepasbare tips. Soms zelfs in die mate, dat ze geen oog hebben voor en/of geen oor hebben naar de theoretische achtergrond van deze tips. Wat dan aanleiding geeft tot de verzuchting dat het ‘allemaal niet werkt’. Met dit boek ligt dat anders. Het heeft niet de bedoeling om pasklare tips en trucs aan te leveren. Het wil leerkrachten en alle andere onderwijsmensen inspireren en laten reflecteren aan de hand van de 88 inzichten die in dit boek zijn opgenomen en die stuk voor stuk nauwelijks hun op wetenschappelijk bewijs gebaseerde achtergrond kunnen verhullen. Het is dan ook niet zonder reden dat niemand minder dan John Hattie zich heeft laten lenen om het voorwoord te schrijven. Dit alles maakt het tot het ideale (her)bronnenboek voor het onderwijs.

De trouwe lezers van deze boekenblog weten dat er normaal gezien na de cursorische inleiding een beschrijving volgt van de inhoud van het boek. Vergeef me dat ik dit deze keer niet doe. Dit zou immers betekenen dat ik de volledige inhoud van dit boek hier inzicht na inzicht zou moeten overpennen. Wat nadrukkelijk niet de bedoeling is. Daarom geef ik tot slot van deze korte bespreking en als smaakmaker de titel van een vijftal inzichten mee. Wie deze de titel te cryptisch vindt, moet dan maar het boek consulteren voor meer duidelijkheid.

  • Wees niet de favoriete leraar
  • Geef hun keuzes
  • Gebruik je superkrachten
  • Je zult je soms beroerd voelen / je zult soms willen stoppen
  • Sla een brug

Hoofd vol TOS

Overlevingsgids voor jongeren

Auteur:Veerle Stevens, Jérôme Vergne & Beau Verhaar
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2019
Pagina’s:104
ISBN-13: 9789492525703
Prijs:€ 17,50

“TOS is een spectrumstoornis. Je hebt heel lichte vormen van TOS en je hebt ernstige vormen. Je hebt vormen waarbij alleen het uiten van taal een probleem is, waardoor woorden en zinnen er verkeerd uitkomen. En je hebt vormen waarbij ook het begrijpen van taal erg moeilijk is, waardoor woorden en zinnen van anderen niet goed worden begrepen.”

Ook in het onderwijs wordt er meer en meer aandacht gevraagd en geschonken aan kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. Dankzij onder andere het werk van Jet Isarin is de handelingsverlegenheid van leerkrachten doorbroken. Daarnaast kan men in diverse boeken de nodige achtergrondkennis opdoen. Maar één vraag blijft in deze boeken onbeantwoord. Hoe beleven kinderen en jongeren met TOS het zelf? Daar komt nu verandering in. De drie auteurs van dit boek zijn immers jongeren met TOS die ons in samenwerking met Jet Isarin een inkijk geven in hun eigen leven en de manier waarop ze hun TOS beleven. Daarbij geven ze talloze tips door. Tips die teruggaan op zaken die hen geholpen of ondersteund hebben. Het mooie hieraan is dat ze – hoe vreemd dit ook kan klinken – een taal (uit)gevonden hebben om met andere jongeren met TOS te spreken. Kortom: een boek, bedoeld voor jongeren uit het voortgezet onderwijs, dat je ook als ouder, hulpverlener, leerkracht, … moet gelezen hebben.

Na een korte inleiding stellen de drie auteurs zichzelf heel kort voor. In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit is wat TOS is aan de hand van allerlei situaties die ze meemaken. En heel belangrijk is dat voor hen hun taalontwikkelingsstoornis verder reikt dan de taal zelf. Ook problemen met executieve functies of met Theory of Mind (het herkennen en begrijpen van de eigen gevoelens en de gevoelens van anderen, het zich in anderen kunnen verplaatsen, …) zijn vaak aan de orde.

Het tweede hoofdstuk leert ons hoe het is om met een taalontwikkelingsstoornis deel te nemen aan het sociale verkeer met zijn vaak ongeschreven regels. In het derde hoofdstuk komt aan bod wat TOS op school zoals met zich meebrengt. Hetzelfde komt aan bod in het volgende hoofdstuk, maar dan met betrekking op de vrije tijd.

In de hoofdstukken vijf en zes vertellen Veerle en Jérôme uitgebreid over heel specifieke ervaringen: Veerle vertelt over op reis gaan, Jérôme over op stage gaan. Ook hier is de impact van hun taalontwikkelingsstoornis zeer duidelijk. In het zevende hoofdstuk hebben Jérôme en Beau tips verzameld die hun lotgenoten kunnen helpen maar ook hun omgeving. Het boek eindigt met een hoofdstukje over activiteiten en hulpmiddelen voor jongeren met een taalontwikkelingsstoornis.

Kortom, meer dan de moeite waard.

Growth mindset lessen

Voor de basisschool

Auteur:Katherine Muncaster & Shirley Clarke
Uitgeverij:Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar:2019
Pagina’s:175
ISBN-13: 9789461182777
Prijs:€ 52,-

“Het begrip ‘growth mindset’ is een toegankelijk concept geworden om te beschrijven hoe leerlingen tegenover zichzelf en hun mogelijkheden zouden moeten denken om succesvol te zijn.”

“Een fixed mindset ontstaat doordat de aandacht voortdurend ligt op wat je kunt, en niet op je ontwikkeling en inzet.”

Velen zullen dit niet graag lezen, maar veel van wat er in artikels, presentaties of vormingen over de growth mindset-theorie van Carol Dweck gezegd en geschreven wordt, is vaak (ten dele of in zijn geheel) onjuist. Het bekt goed, ligt goed in de mond en klinkt aantrekkelijk, maar vaak vergeet men die ene uitspraak van Carol Dweck:

The claim of developing a ‘growth mindset’ is the most fixed mindset idea of the lot.

Maar als het geen eigenschap is van een persoon, wat is het dan wel? Het is een manier van denken in een specifieke situatie. Het is meer een strategie om met iets om te gaan dan een manier van zijn. Kortom: het werk van Carol Dweck werd en wordt zo vaak verkeerd geïnterpreteerd, dat niemand minder dan John Hattie zich genoodzaakt zag daar een gastblog over te schrijven: ‘Misinterpreting the Growth Mindset: Why We’re Doing Students a Disservice‘. Tijd dus om de puntjes op de i te zetten en scholen en leerkrachten te leren hoe het wel kan, hoe het wel moet. En dat is precies wat Katherine Muncaster en Shirley Clarke in hun boek doen. Aan de hand van praktische en onmiddellijk toe te passen lessen leren ze scholen en leerkrachten hoe ze vanuit een growth mindset-cultuur op school leerlingen zover kunnen brengen dat ze die growth mindset-manier van denken gaan toepassen in specifieke situaties, namelijk situaties waarin ze vast zitten, het even niet meer weten, geconfronteerd worden met hun schijnbare grenzen, angstig zijn, fouten maken. En dan spreken we niet langer van een hype, gaat het niet langer over beloftes die men niet kan waarmaken, maar is het een geschenk voor de toekomst.

Het boek bevat zoals gezegd uitgewerkte lessen om kinderen er enerzijds op de juiste manier te laten ervaren wat een growth mindset is en hen dit ook daadwerkelijk te laten ervaren. Het gaat, zoals op de achterzijde van het boek heel juist staat aangegeven, over oneindig veel meer dan gewoon uitspraken in de trant van ‘Gewoon blijven doorzetten en dan kom je er wel’. Het gaat in de lessen over de verschillende aspecten van een growth mindset zoals:

  • Talent is niet iets dat vaststaat. Je brein kan groeien!
  • Fouten maken mag en moet soms om verder te komen!
  • Uitdagingen zijn interessant omdat je er wat van kunt leren!
  • Waarom helpt doorzetten?
  • Wat is veerkracht?
  • Waarom helpt veerkracht?

Maar aan het begin van het boek staan een aantal korte hoofdstukken die men zeker moet lezen alvorens met de lessen aan de slag te gaan. Naast een korte uiteenzetting over de mindset-theorie wordt er ook een beschrijving gegeven van het waarom van de lessen, hoe die werden uitgewerkt en ervaren. En in de leeswijzer kom je te weten hoe je op de juiste manier met die lessen aan de slag kunt.

Kortom: warm aanbevolen!

Omgaan met controverse en polarisatie in de klas

Auteur:Maarten Van Alstein (Vlaams vredesinstituut)
Uitgeverij:Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar:2018
Pagina’s:179
ISBN-13: 9789463371544
Prijs:€ 20,-

“Diversiteit moet niet beperkt worden tot louter cultureel-etnische of religieuze verscheidenheid.”

“De diversiteitsvlag dekt verschillende ladingen, zoals gender, leeftijd, sociaal-economische achtergrond, opleidingsniveau, gezinssituatie, levensbeschouwing, politieke voorkeuren, mediaconsumptie enzovoort.”

“We reduceren mensen niet eenduidig tot het lidmaatschap van één bepaalde groep.”

Je hoorde het al meteen na de vorming van de meest recente Vlaamse regering. De vrees voor een verdere polarisatie van de Vlaamse samenleving in het algemeen en het Vlaamse onderwijs in het bijzonder zit er bij velen in. Aangezien dit zich al vroeger aankondigde, kun je het boek van Maarten Van Alstein uit 2018 net niet profetisch noemen, maar toch… Het blijft een feit dat dit boek voor iedereen die met groepen jongeren in aanraking komt, op meer dan het juiste moment komt. Zij zullen in dit boek tal van tips en aanwijzingen vinden in verband met het voeren van moeilijke en zeer geladen gesprekken met en tussen jongeren die toch open, respectvol en met aandacht voor elke deelgroep – want de jongerengroepen zijn zeer divers samengesteld – verlopen. Het is dan ook een boek dat het verdient om door elk leerkrachtencorps gelezen (en daarna samen besproken) te worden.

Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel stelt de auteur de begrippen die hij in dit boek gebruikt scherp. Hij vertrekt vanuit de individuele klas als een spiegel van de hedendaagse superdiverse samenleving om van daaruit tegelijk het belang van goed onderwijs te benadrukken. Goed onderwijs dat rekening houdt met alle vormen van diversiteit en niet enkel de meer op de voorgrond waarneembare vormen zoals etnische en religieuze diversiteit. Ook de plaats en de handelingsbekwaamheid van de leerkracht in dergelijke superdiverse klassen worden aangesneden. Om tenslotte dieper in te gaan op de voor dit boek essentiële begrippen controverse en polarisatie.

De theoretische ruggengraat van dit boek vind je terug in het tweede deel. De auteur leg hierin uit waarom er moet gewerkt worden in de klas rond controverse en polarisatie, waarom er toch ruimte in de klas moet zijn om met elkaar in discussie te gaan en niet in het minst wat de positie van de leerkracht in dit alles is. Wil je de voorgestelde interventies uit het derde deel goed kunnen begrijpen, dan moet je dit deel zeker grondig lezen. Doe je dat niet, dan verliezen ze heel veel van hun kracht.

In het derde deel geeft Maarten Van Alstein de leerkracht tips en aanwijzingen om in de klas te werken aan controverse en polariserende thema’s. Hij doet aan de hand van verschillende scenario’s. Dit is dan ongetwijfeld ook het deel dat door leerkrachten het meeste zal gespaakt worden. Of net niet. In dit laatste geval is het dan misschien belangrijk om dit boek te herlezen met de volgende vraag in het achterhoofd: Hoe kunnen wij als leerkrachten omgaan met controverse en polarisatie in het leerkrachtenteam. Want laat ons eerlijk zijn, ook leerkrachtenteams zijn daar niet immuun voor.

Divers gezin(d)

Omgaan met het nieuwe gezin op school

Auteur:Isolde Buysse, Nana Mertens & Koen Matthys
Uitgeverij:Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar:2018
Pagina’s:116
ISBN-13:9789463371513
Prijs:€ 20,-

“Geleefde levens zijn anno 2020 diverser, kwetsbaarder en flexibeler dan pakweg vier decennia geleden. Dat komt omdat huwelijken, gezinnen en relaties vandaag de dag geen vast sjabloon meer hebben.”

“Een school kan de thuisproblemen van leerlingen niet oplossen, maar kan wel ondersteuning, zorg en aandacht bieden.”

Nagenoeg elke leerkracht kan het beamen. In hun klas zitten leerlingen die opgroeien in verschillende soorten gezinnen. Zoals op de achterkant van het boek staat ervaart één op drie Vlaamse kinderen of jongeren minstens één gezinsverandering voor hij of zij 18 jaar is. Die gezinsverandering kan een echtscheiding van de ouders zijn, het verlies van een gezinslid, een nieuwe partner van een ouder en dergelijke meer. Als leerkracht (maar ook als school) is het niet altijd evident om daar mee om te gaan, omdat ieder kind of jongere er anders op reageert. Dit boek komt dan ook niets te vroeg. Gegroeid vanuit een onderzoek dat uitgevoerd werd bij leerlingen en leerkrachten van het secundair onderwijs, is het boek een geannoteerde instrumentkoffer geworden die leerlingen en schoolteams helpt om de gevolgen van gezinsdiversiteit en gezinsovergangen bespreekbaar te maken op school en in de klas én om de jongeren handvatten aan te reiken om hier mee om te gaan.

Dit toch wel onmisbare boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel schetst de context van waaruit het boek moet gelezen worden. Het eerste hoofdstuk bevat de feiten en cijfers in verband met de gezinsdiversiteit in Vlaanderen enerzijds en het welbevinden van de leerlingen uitgedrukt in zelfwaardegevoel en geluk na de scheiding. Het tweede hoofdstuk maakt het direct zeer herkenbaar door de beschrijving van diverse gezinnen die in de fictieve Molenstraat wonen. In het derde hoofdstuk worden een aantal begrippen duidelijk omschreven, zodat de lezer zichzelf niet op een verkeerd spoor kan zetten.

In het tweede deel verzamelen de auteurs heel wat aanbevelingen, tips en werkvormen om zowel op school- als klasniveau in de verschillende graden en doorheen de verschillende vakken het fenomeen van de gezinsdiversiteit bespreekbaar te maken.

Wie tenslotte de wetenschappelijke studie zelf wil raadplegen, kan terecht in de bijlage van dit boek.

Ken je brein!

… en haal eruit wat erin zit

Auteur:JoAnn Deak & Terrence Deak
Uitgeverij:Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar:2018
Pagina’s:68
ISBN-13:9789461182470
Prijs:€ 18,-

“Wat geldt voor autorijden, geldt ook voor volwassen worden: door er iets over te leren, weet je beter hoe je kunt omgaan met de problemen die je kunt tegenkomen.”

“Misschien ben je bang dat je een kans hebt gemist om je hersenen te laten groeien. Niet meer aan denken. Het mooie van je hersenen is dat je de ontwikkeling gewoon bij kunt sturen.”

Neuroplasticiteit. Dit begrip verwijst naar het vermogen van het zenuwstelsel om de structuur en de functie tijdens een leven te veranderen, in reactie op omgevingsdiversiteit. Dit fenomeen is de afgelopen vijf jaar sterk op het voorplan gekomen, ook op het voorplan van het onderwijs. Het is de verdienste van uitgeverij Bazalt om de kennis hieromtrent met dit boek ter beschikking te stellen van jongeren van 11 tot 15 jaar en natuurlijk ook van hun begeleiders. Opdat ze beter zouden begrijpen wat er in die levensperiode met hen gebeurt en hoe ze een en ander kunnen versterken of veranderen.

Het boek richt zich in zijn schrijfstijl en layout rechtstreeks tot de jongeren. Het geeft hen inzicht in de werking en de ontwikkeling van de hersenen en hoe dit alles een impact heeft op hun manier van zijn en denken. Tegelijk nodigt het hen uit om zich daar niet gewoon bij neer te leggen, het niet alleen maar passief te ondergaan, maar er actief mee aan de slag te gaan en hun eigen brein beter te begrijpen.

Bij dit boek werd er een lessenreeks ontwikkeld waarmee leerkrachten direct aan de slag kunnen. Je vindt het op de website van Bazalt.

Gedragsoplossingen voor de moeilijke groep

Hoe begeleid je uitdagende klassen in het primair onderwijs?

Auteur:Kees van Overveld
Uitgeverij:Pica
Plaats: Huizen
Jaar:2019
Pagina’s:176
ISBN-13:9789492525574
Prijs:€ 24,95

“Een harde omschrijving van een moeilijke groep is niet te geven, omdat gedragsproblemen in hoge mate subjectief bepaald zijn.”

“Leerkrachten die in hun eigen groep geen gedragsproblemen ervaren, zien een moeilijke groep vaak als een exclusieve last voor de leerkracht van de desbetreffende groep. Men vindt het erg vervelend voor de collega, maar denkt: ik ben blij dat ik niet voor die groep sta…”

Het Pica-onderwijscongres 2019. Voor het podium staat een minzame, zachte, introverte en zeer bescheiden man. Een Nederlandse Vlaming, zoals ik alleen hem noemen mag. En dan is het zover. Na een korte inleiding betreedt hij het podium. Meteen zie je het: hij ondergaat een metamorfose. Die minzame, zachte, introverte en zeer bescheiden man wordt een bevlogen spreker en weet het publiek door zijn persoonlijkheid, zijn humor, zijn eruditie meteen te winnen voor de voorstelling van zijn nieuwe boek. En je beseft: Kees komt thuis, thuis in zijn wereld van gekwetste leerkrachten en even gekwetste kinderen voor wie hij het verschil wil maken, het verschil kan maken, het verschil maakt. En je krijgt kippenvel…

Nog maar zelden zal de lezer een boek onder de ogen gehad hebben dat theorie, persoonlijke begeleidingservaringen en werkvloerpraktijk op zo’n magistrale manier met elkaar verbindt. De oplossingen die Kees in zijn boek aanreikt, zijn soms op wetenschappelijk bewijs gebaseerd, soms ook niet. Omdat niet alle problemen zich laten vatten door de wetenschap van wat werkt. Zijn stelregel is duidelijk: als iets niet werkt voor deze groep, verspil er dan verder geen energie aan maar ga op zoek naar iets anders dat voor die specifieke groep wel werkt. Want voor hem is geen enkele interventie die het verschil maakt, hoe klein of onwetenschappelijk ook, banaal. Het is duidelijk: voor Kees maken de leerlingen, de leerkracht en het leerkrachtenteam het verschil. Want een moeilijke groep is voor Kees een probleem van het hele leerkrachtenteam, het hele schoolteam. In zijn boek geeft meester-verteller Kees meer mee dan alleen maar gedragsoplossingen. Hij inspireert leerlingen, ouders, leerkrachten en schoolteams en geeft ze hoop en vertrouwen. Hoop en vertrouwen dat het anders kan zijn, dat het anders wordt.

Dit boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel gaat de auteur in op meer theoretische aspecten zoals groepsvorming, groepsrollen, klassenmanagement en sanctiebeleid en de rol van de leerkrachten en schoolleiders daarin. We herkennen hier onder andere het model van groepsontwikkeling van Bruce Tuckman en het 4-lademodel van Monique D’Aes. Daarenboven lees je doorheen het hoofdstuk voor de schoolleiders een heus pleidooi om actief in te zetten op Sociaal-Emotioneel Leren. Tot slot toont hij aan dat de ouders een onmisbare partner zijn als het gaat over de aanpak van moeilijke groepen.

Het tweede deel van het boek is het meest praktische. Hierin legt Kees eerst en vooral zijn werkwijze uit en toont hij het belang van preventieve maatregelen op een concreet manier aan. Eens zover behandelt hij in afzonderlijke momenten de verschillende momenten van een schooldag waarvoor hij concrete tips en methodieken ter beschikking stelt. Deze momenten zijn de volgende:

  • de binnenkomst;
  • de start van de dag, de start van de middag;
  • tijdens de les;
  • de wisselmomenten;
  • de pauzes;
  • het einde van de dag.

Een boek dat door heel veel onderwijsmensen zal gesmaakt worden!

Handboek dyslexie

Theorie en praktijk

Auteur:Tom Braams
Uitgeverij:Boom
Plaats: Amsterdam
Jaar:2019
Pagina’s:688
ISBN-13:9789024426683
Prijs:€ 69,95

“Leerstoornissen bestaan alleen in relatie tot wat je van jezelf vraagt en wat de maatschappij van je vraagt.”

“In het spellingonderwijs zijn er twee uiteenlopende benaderingen: directe instructiemethoden gericht op spellingkennis lijken effectiever te zijn dan inprentingsmethoden.”

Voorstellen moet je hem niet. Tom Braams is al jaren in Nederland en Vlaanderen een autoriteit op het vlak van leerproblemen in het algemeen en lees- en spellingproblemen in het bijzonder. In dit handboek slaagt hij erin om de recentste inzichten in verband met dyslexie op een zeer toegankelijke manier weer te geven en te koppelen aan op bewijs gebaseerde diagnostische procedures en behandelingsmethodes. Dit boek, duidelijk gelardeerd met zijn jarenlange praktijkervaring, verdient de status van het beste Nederlandstalig multidisciplinaire standaardwerk over dyslexie, een doctoraatstitel waardig. Het is dan ook verplichte literatuur voor iedereen die professioneel met kinderen, jongeren en volwassenen met lees- en spellingproblemen of dyslexie aan de slag gaat.

Dit handboek bestaat uit drie grote delen en bevat daarnaast enkele zeer interessante bijlagen zoals een overzicht van internetverwijzingen, een verklarende (vak-)woordenlijst en een zeer uitgebreide literatuurlijst.

In het eerste deel komt de (theoretische) achtergrond uitgebreid aan bod. Tom Braams gaat hierbij veel verder dan het geven van een definitie en de voor de hand liggende lijst met symptomen, prevalentiecijfers en comorbiditeit. Hij beschrijft onder andere ook de geschiedenis van het begrip dyslexie, gaat dieper in op een aantal neurocognitieve componenten en toont aan waarom er individuele verschillen zijn. Heel belangrijke hoofdstukken in dit eerste deel vind ik het hoofdstuk over de beleving van dyslexie enerzijds en dat over de preventie van lees- en spellingproblemen.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de diagnostiek van dyslexie. Ook dit hoofdstuk bewijst dat de auteur heel goed op de hoogte is van de allernieuwste stand van zaken rond diagnostiek. Zo behandelt het de handelingsgerichte diagnostiek, de nieuwe visie op intelligentie via het CHC-model en sluit het aan op de DSM-5.

In het derde en laatste deel komt de behandeling van dyslexie aan bod. Tom Braams begint met een overzicht van de niet-effectieve behandelingen en andere dwaalwegen dat voor sommige lezers weleens zeer ontnuchterend zou kunnen zijn. Hij trekt de behandeling van de aan dyslexie eigen lees- en spellingproblemen uit elkaar in twee verschillende hoofdstukken en wijdt een ander hoofdstuk helemaal aan het aanleren van vreemde talen. Ook compenserende en dispenserende maatregelen krijgen in dit deel een plaats naast de psycho-educatie. Tom Braams eruditie blijkt hier echter vooral uit zijn hoofdstuk over zelfregulatie waarin thema’s zoals de executieve functies, metacognitie en zelfdeterminatie aan bod komen.

Kortom: dit is niet zomaar een boek over dyslexie, dit is ongetwijfeld hét boek over dyslexie dat ik de afgelopen tien jaar gelezen heb.